Fietsen tussen de olifanten

door Ruud

De hectiek van Kampala. De eindeloze vlakten van het Queen Elisabeth NP. De vele en overal aanwezige bananenbomen. De vriendelijke mensen. De dorpjes. De wilde olifanten, buffels, leeuwen en zebra’s. De prachtige vogels…. In de zomer van 2011 fietsten we in dit bijzondere Oost-Afrikaanse land. (In tijdschrift De Wereldfietser verscheen een artikel over deze reis.)

Waar zijn de fietsen?

9 juli – heenreis naar Kampala

Op Schiphol loopt het gesmeerd.

“Heeft u gebeld voor de fietsen?”
“Ja, uiteraard.”
“En, wat zeiden ze?”
“Nou, dat het goed was.”
“Oké.”

Pas na de paspoortcontrole realiseren we ons dat niemand ons heeft gevraagd om voor de fietsen te betalen. Dat is een leuke meevaller van €320 euro (€80 euro per fiets). We hebben een lange reisdag voor de boeg. Eerst 3,5 uur naar Istanbul en dan door naar Entebbe, waar we rond middernacht arriveren.

Welkom in de wereld waar efficiency geen vanzelfsprekendheid is. Veel formuliertjes invullen en eindeloos wachten voor een visum. De visum-meneer geeft ons vier visa en één betalingsbewijs. Zijn strenge cheffin (type kenau) stuurt ons weer terug naar de rij: we moeten allemaal een eigen betalingsbewijs. Bij de bagage is het chaos. Veel mensen zijn hun bagage kwijt en er zijn tientallen tassen en koffers ‘over’. Geen fietsen, geen fietstassen. Eén van de vier flightbags met fietstassen duikt uiteindelijk toch op. Weer in de rij voor de lost and found . In een groot boek wordt alles met de hand genoteerd. Over drie dagen komt de volgende vlucht uit Istanbul – hopelijk met onze bagage en fietsen.

Een paar uur later kunnen we eindelijk naar het ICU-guesthouse in Kampala, de hoofdstad. De chauffeur – door het guesthouse geregeld – heeft een gewone personenauto, en zou onze fietsen helemaal niet mee hebben kunnen nemen. Onderweg wordt ons duidelijk dat dit ook helemaal niet de ICU-chauffeur is. Vandaar. Hopelijk staat de ‘echte’ chauffeur niet nog op het vliegveld te wachten, zoals we vorig jaar in Egypte meemaakten. Het is al bijna ochtend als we eindelijk in bed liggen.

‘Hey mzungu, how are you?’

10 juli – Kampala

Terwijl de jongens uitslapen, nemen wij een kijkje bij een openlucht kerkdienst naast het guesthouse.
“Drugs: no!
Alcohol: no!
Homosexuality: no no!”

Zo. Dat is duidelijke taal. Er is hier nog een wereld te winnen.

Het guesthouse is een paar jaar geleden opgezet door de Nederlander Sander van Zanten en zijn Oegandese vrouw Sarah. Het biedt vooral plaats aan Nederlandse vrijwilligers en stagiairs die tijdelijk in Kampala werken en aan incidentele toeristen zoals wij. De opbrengsten zijn voor de Jjaja Bbanga Primary School: de school die Sarah runt in haar geboortedorp Ngoma. Tijdens onze fietstocht zullen we daar ook naar toe gaan. Maar voorlopig zijn onze fietsen nog kwijt en zitten we nog wel even in Kampala… Gelukkig hebben we wel één tas met kleding én de toiletspullen.

We wandelen wat rond in het wijkje van het guesthouse. Veel bedrijvigheid en winkeltjes, veel mensen op straat, leuk. En veel aandacht voor ons als toerist. “Hey mzungu, how are you?” Verder doen we vanmiddag rustig aan en eten een lekkere maaltijd in het guesthouse. ’s Avonds geen stroom, die valt hier blijkbaar met grote regelmaat uit.

Voor even miljonair 

11 juli – Kampala

Vandaag gaan we Kampala in. De taxi’s en het openbaar vervoer staken, dus Sander geeft ons een lift. We halen eerst zijn kinderen uit school en gaan samen lunchen, gezellig. Dan naar de pin-automaat: we zijn miljonair! Een dik pak monopolygeld, 1.400.000 Shilling, is gelijk aan nog geen €400. De inflatie is hier enorm en komt dit jaar waarschijnlijk uit op 20%.

Kampala is druk en chaotisch. Een mengeling van luxe shoppingmalls en armoedige marktkraampjes en winkeltjes. En verkeer, heel veel verkeer. We moeten er niet aan denken om hier zelf te rijden of te fietsen. Levensgevaarlijk. Maar heerlijk om hier een middagje rond te struinen.

Kris kras door de stad

12 juli – via Entebbe naar Mukono

Vannacht is een nieuwe vlucht vanuit Istanbul aangekomen. We bellen het vliegveld en hoera: de bagage is gearriveerd! Maar nog geen spoor van de fietsen, mopper mopper mopper. Misschien over twee dagen, dan komt de volgende vlucht. Nog twee dagen in Kampala blijven hangen? Nee, daarvoor zijn we niet naar Oeganda gekomen. We besluiten de bagage op te halen en dan naar Mukono te gaan, een stadje ten noordoosten van Kampala.

Eerst op zoek naar een matatu (taxibusje) dat richting Entebbe gaat. Een matatu is een heel goedkope manier van reizen. Maar wel krap, want de busjes worden zo vol mogelijk gestouwd. Down town Kampala moeten we ‘overstappen’ op een andere matatu. Gelukkig wijst een behulpzame Oegandees ons de weg, kris kras door een drukke markt, dat moet je maar net weten. Hoewel de matatu’s vaak gevaarlijk hard rijden, stoppen ze ook heel vaak om mensen in- en uit te laten stappen. Het kost ons dan ook bijna twee uur om bij het vliegveld te komen.

Mooi, we hebben onze fietstassen! We regelen een taxi om ons naar Mukono te brengen. Eerst weer terug de hectiek van Kampala in, en dan nog een stukje oostwaarts. Meer stilstaan dan doorrijden, dus we doen er bijna twee uur over. Volop tijd vandaag dus om het stadsleven van Oeganda in ons op te nemen. Fascinerend, druk, levendig. Veel armoediger dan Namibië is onze indruk. Het guesthouse in Mukono (ook van ICU) bestaat uit een aantal kleine eenvoudige banda”s en ligt prachtig. Er schijnen veel apen te zijn, maar die krijgen we vandaag nog niet te zien. We eten ”s avonds met een ander Nederlands gezin en drinken tot laat een biertje met Sarah. Leuke plek!

Struinen in het tropisch regenwoud

13 juli – Mabira Forest

Bas en Ruud gaan met de matatu naar Mabira Forest, ik blijf met Daan in Mukono; hij is toe aan een dagje acclimatiseren en niets doen. Mabira Forest is een klein tropisch regenwoud met een enorme diversiteit aan vogels, vlinders en andere dieren. Met een gids struinen ze bijna drie uur rond in dit prachtige bos. Daan en ik spelen bij het guesthouse veel spelletjes Uno en maken een korte wandeling in de buurt. En we spotten apen, zoals de redtailed monkey en de zwart-witte-colobus. Geweldig om te zien!

Bas valt in de smaak

14 juli – naar Entebbe

Vannacht is er weer een vlucht aangekomen uit Istanbul. Zouden onze fietsen dan eindelijk…? Maar nee. Noppes. Nada. Geen fietsen. Waarschijnlijk zijn ze nu in Nairobi en komen ze vandaag of morgen naar Entebbe, wordt ons verteld. Nairobi?! Nou ja, het klinkt in ieder geval hoopvol, het is een stuk dichterbij dan Istanbul. We besluiten alvast richting Entebbe te gaan. We regelen een auto en rijden in de loop van de ochtend de route van eergisteren in omgekeerde richting.

We nemen onze intrek in het backpackers hostel van Entebbe, waar we een soort cottage krijgen. Prima. En echte backpackers-plek: veel studenten en vage types. Op het eten moeten we anderhalf uur wachten en dan nog zijn de hamburgers rauw. Vanavond maar ergen anders eten.

Vanmiddag gaan we naar het Wildlife Education Centre. Achterop de boda boda (brommertaxi); de jongens vinden het fantastisch. Het Wildlife Centre is een soort dierentuin aan het Victoriameer. Hier worden wilde dieren opgevangen die bijvoorbeeld bij stropers zijn gevonden. Zo zijn er leeuwen, chimpansees, luipaarden, witte neushoorns en kroonkraanvogels. En heel veel Oegandese kindertjes die op schoolreis zijn. Bas – groot en blond – valt duidelijk in de smaak bij de meisjes: ze zwaaien, giechelen, willen hem aanraken en samen op de foto. Bas vindt het allemaal prima. We hebben een leuke middag.

Nog steeds geen fietsen

15 juli – Entebbe

We hebben een baaldag. Nog steeds geen spoor van onze fietsen. Het kantoor van Turkish Airlines in Amsterdam is slecht bereikbaar en als we uiteindelijk iemand aan de telefoon krijgen, blijkt hij totaal niet behulpzaam. We moeten maar een formulier downloaden en per post naar Amsterdam sturen. Pardon?! Niemand kan ons vertellen waar onze fietsen zijn en wanneer we ze kunnen verwachten. Inmiddels is er bijna een week voorbij en zijn we het wachten beu. Het wordt tijd voor een nieuw plan.

In Oeganda kun je prima met het openbaar vervoer rondreizen (boda, matatu, lijnbussen), maar het is niet bepaald praktisch met onze fietstassen. Een auto huren is logischer. We bellen Sander om met ons mee te denken en dat gaat hij doen. Fijn. We sluiten deze toch wat verloren dag af bij een leuk restaurantje in de buurt – en weer een ritje op de boda.

Een nieuw plan!

16 juli – Ngmaba Island

Vandaag brengen we een bezoek aan Ngamba Island. Eerst met de boda naar het Wildlife Centre en vervolgens met vijf anderen in een bootje naar het eiland in het Victoriameer. Het gaat razendhard; de 23km leggen we in 50 minuten af. Het eiland is een sanctuary, een opvangplaats voor chimpansees. Ze zijn bijvoorbeeld gevonden bij de douane of bij stropers, en kunnen niet meer terug de natuur in. Op het eiland kunnen ze in een redelijk natuurlijke omgeving de rest van hun leven doorbrengen. Ze worden een paar keer per dag gevoederd; verder is er zo min mogelijk bemoeienis. Als bezoeker kun je maar op een klein stukje van het eiland, de rest is van de chimps. We krijgen uitgebreide uitleg en kunnen kijken bij het voederen. Wat een imposante dieren!

Vanmiddag werken we ons plan B verder uit. Sander heeft voor ons een auto met chauffeur geregeld: morgen gaan we op pad! De komende week willen we naar het noorden, ondermeer naar Murchison Falls. Mochten de fietsen er dan nog niet zijn, dan gaan we daarna met de auto naar het zuidwesten: het gebied waarvan we bedacht hadden om te gaan fietsen.

Aan het einde van de middag gaan we met de boda Entebbe in. We doen wat inkopen en eten bij een tentje, waar het eten op straat wordt bereid. Bestek hebben ze hier niet; voordat we gaan eten, komen ze met een teiltje water langs om handen te wassen. We eten prima, voor nog geen 2 euro per persoon. Vannacht kamperen. Onze kamers waren niet langer beschikbaar, dus we zetten onze tent op in de tuin van het hostel.

De kindsoldaten in Hope North

17 juli – van Entebbe naar Kiryandongo 

Om 8 uur staat de chauffeur al bij onze tent. Richard is zijn naam, en hij heeft een degelijke Toyota Landcruiser bij zich. Dat ziet er goed uit. Er is ruimte genoeg voor alle spullen. Eindelijk, we gaan op pad! We rijden eerst naar een autowerkplaats in het oude deel van Kampala. Richard is pas vannacht teruggekomen van een andere rit, en moet nog een en ander laten repareren aan de auto. Geweldig om een uurtje rond te hangen op zo’n werkterrein; het is een wereld op zich hier.

Dan verder naar het noorden, de stad uit. Strak asfalt, flinke heuvels. Een prachtige weg om te fietsen? Mwah… hoewel het niet druk is, rijden de automobilisten erg agressief en rakelings langs elkaar heen. Er zijn wel wat fietsers – vooral met bananen en brandhout – maar ze zijn volledig ondergeschikt aan de automobilisten. We rijden door een groen en bosachtig landschap, met kleinschalige landbouw. Zo nu en dan een stadje onderweg en tussendoor soms een huisje of hut. Kinderen sjouwen met jerrycans.

Hope North is onze eindbestemming vandaag. Een fascinerende maar ook confronterende plek. Hier wonen ruim 200 jongeren, vooral voormalig kindsoldaten. De afgelopen jaren zijn in het noorden van Oeganda duizenden kinderen ontvoerd door het Lord’s Resistance Army (LRA) om als soldaat te vechten in een bizarre burgeroorlog. De oorlog heeft ervoor gezorgd dat er momenteel bijna 2 miljoen Oegandezen in overvolle vluchtelingenkampen leven. Volgens Artsen zonder Grenzen een van de grootste humanitaire drama’s ter wereld. In Hope North woont een aantal ontsnapte kindsoldaten en oorlogs-wezen. Ze krijgen begeleiding en volgen een beroepsopleiding.

Walter en Ben nemen ons onder hun hoede. Ze leiden ons rond door de school, de praktijkruimten en de slaapzalen. Twee slaapzalen voor 240 jongeren: dat is een volle bedoeling. Met Walter en Ben maken we een flinke wandeling door de omgeving. Overal staan groepjes lemen hutten, waar grote families bij elkaar wonen. We worden er met open armen ontvangen en kunnen vrijuit rondkijken. Foto”s maken is geen enkel probleem. Dit is toch wel anders dan we hebben meegemaakt in Namibië en Egypte, waar vriendelijkheid vaak een bijbedoeling heeft. Bij Hope North sluiten we onze dag gezellig af. Er wordt lekker voor ons gekookt, Bas steelt de show met zijn diabolo en we zitten tot laat met een aantal studenten en leraren bij het kampvuur.

In één woord: geweldig

18 juli – van Kiryandongo naar Murchison Falls NP

We worden uitgenodigd bij de weekopening van de school. Alle studenten staan in rijtjes voor de school en wij worden officieel aan hen voorgesteld. Ruud vertelt over onze reis, over de fietsen die er nog niet zijn en over Nederland. En dan gaan de studenten de school in, en wij de auto in. Op naar Murchison Falls. Via een hobbelige gravelweg rijden we naar National Park Murchison Falls. Het is niet ver, we zijn al snel bij de gate. Het bijna 4000 km2 grote park strekt zich landinwaarts uit vanaf de oever van het Albertmeer. De Nijl stroomt van oost naar west door het park, met stroomversnellingen en wilde watervallen. En daar gaan we eerst naar toe: groot en indrukwekkend!

En dan snel door naar Chili Rest Camp, want we hebben vanuit de auto al een boottocht voor vanmiddag gereserveerd. Wat een toeristische plek! Het is hartstikke druk, en er zijn geen kamers meer beschikbaar. We kunnen wel een nachtje op de camping terecht. Ook prima, we hebben de tent natuurlijk niet voor niets mee genomen. Bavianen en wrattenzwijnen scharrelen tussen de tenten. De boottocht over de Victoria Nijl is in één woord: geweldig. We varen ruim drie uur met een klein bootje en zien ontzettend veel vogels en wild, zowel in het water als op de oevers. Bijeneters, diverse soorten ijsvogels, visarenden, Afrikaanse nimmerzats. In het water zien we zo nu en dan een glimp van nijlkrokodillen. Veel buffels en nijlpaarden, antilopen zoals de Oegandese Kob. Apen in de bomen. Een aantal decennia geleden was hier nog veel meer wild, maar zowel stropers als de soldaten van Idi Amin hebben hier flink huisgehouden.

Ranger met geweer

19 juli – van Marchison Falls naar Kihaguzi

De ferry brengt ons in een paar minuten naar de overkant van de Victoria Nijl. In dit NP mag je met je eigen auto een gamedrive doen. We worden wel geacht een ranger (met geweer) te huren om ons te vergezellen. Hm, het wordt nu wel wat krapjes op de achterbank, eigenlijk heel onhandig om wild te kijken. Toch wordt het een mooie rit, met giraffen, Jackson hartebeest, Oegandese kob, olifanten, patak apen, waterbokken, jakhals, wrattenzwijnen, kroonkraanvogels, veel gieren. Het is een prachtig gebied.

Aan het begin van de middag rijden we Murchison Falls NP weer uit. Onze eindbestemming voor vandaag ligt net buiten het park. De Boomu Women’s Group. Wat een leuke plek! Een groep vrouwen heeft zich de afgelopen jaren gespecialiseerd in het vlechten van manden. Ze verkopen de manden op markten in de omgeving. Zo kunnen ze beter in hun eigen levensonderhoud voorzien. Een deel van de opbrengst gaat naar de lokale school. Sinds kort hebben de vrouwen een aantal banda’s, die ze verhuren aan toeristen.

Het is wederom heel basic: de wc is een gat in de grond, er is een openlucht douche met koud water en ‘s avonds is er een paar uurtjes stroom via een generator. Ednah regelt hier alles en zij stuurt iemand op pad om groente en rijst te kopen voor ons eten. Ondertussen geeft ze een demonstratie manden vlechten. Leuk. Een van de andere vrouwen doet onze was. Vanmiddag een enorme onweersbui, gelukkig koelt het daardoor flink af.

Mzungu’s bij de politiepost

20 juli – van Kihaguzi naar Kagadi

Een hete dag. Een erg slechte weg. En toch blijven de auto”s hier als gekken rijden, dat moet toch een keer mis gaan? Inderdaad, het gaat ook mis. Het begint ”s ochtends met een lekke band. Kan gebeuren. In de middag opnieuw een lekke band. Richard, misschien is het handig om iets rustiger te rijden? Nee joh, dat is echt niet nodig.

Kdeng!

En daar raken we een tegenligger. De zijruit is aan diggelen en het glas vliegt door de auto. En zoals gebruikelijk is in Oeganda, volgt er direct een verhitte discussie over wie de schuld heeft. Richard is boos, de tegenligger ook, tja. We bemoeien ons er maar niet mee. Richard laat het er niet bij en we rijden naar het eerstvolgende politiebureau. Hij is zelf parttime politie-agent en weet hoe de hazen lopen in dit land. Het dorpje loopt uit om te zien wat die mzungu”s toch doen bij de politiepost, pret!

Het is al einde middag als we aankomen bij de URDT-meisjesschool in Kagadi. Een groot verschil met Hope North. URDT kent nogal wat westerse bemoeienis, wat heeft geresulteerd heeft in prachtige school- en woongebouwen, moderne voorzienngen, grote schooltuin en een aantal huisjes voor toeristen. Een paar meisjes leiden ons rond en willen alles weten over onze jongens, ha ha. We hebben een gezellige avond.

En weer een nieuw plan

21 juli – van Kagadi naar Fort Portal

Richard heeft inmiddels de auto laten repareren, we moeten alleen nog terug naar de garage om de spiegel te laten bevestigen. In Nederland koop je een nieuwe spiegel; hier is de kapotte spiegel gerepareerd met cement en tape. Zo kan het ook. We rijden 50 km over een slechte weg, door een onverminderd groen landschap. Ook uitgestrekte theeplantages in dit gebied. Daarna verder over de verharde weg richting Fort Portal. Dit is de weg die we eigenlijk zouden fietsen. Mooie weg, brede vluchtstrook, zeker niet te druk. Maar ja… wij zitten in de auto. En dan gaat de telefoon. Na elf dagen zijn dan toch onze fietsen gearriveerd. Yes!

Snel schakelen. Wat doen we? Hoe nu verder? Wij zijn bijna in Fort Portal en onze fietsen staan bijna 350 km verderop in Entebbe. Via de telefoon spreken we Sander. Hij biedt aan onze fietsen van het vliegveld op te halen en iemand te regelen om ze naar Fort Portal te brengen. Een super oplossing! Eigenlijk wilden we vandaag doorrijden naar de kratermeren ten zuiden van Fort Portal, maar we besluiten een hotelletje in de stad zelf te zoeken. Rwenzori Travellers Inn blijkt een prima plek, met bovendien een internet-café ernaast. We betalen omgerekend 15 eurocent voor een half uur internetten. De jongens zijn blij: een middagje Habbo, Grepolis en RuneScape spelen. Wij sturen het thuisfront een berichtje en mailen kopietjes van onze paspoorten naar Sander, die heeft hij nodig om onze fetsen mee te krijgen.

Fort Portal is best een leuk stadje. Levendig, maar niet te druk. Prima ook om te fietsen. Veel fietsenmakers, met een flink assortiment aan reservematerialen, dat hadden we niet verwacht. Je ziet hier veel fietsen op straat. Degelijke, ouderwets ogende 28″ herenfietsen, van Chinees fabrikaat. Ze worden vooral gebruikt om spullen te vervoeren, zoals bananen, jerrycans, zakken meel en brandhout.

Eerst geld voor benzine lenen

22 juli – Fort Portal

De regen valt met bakken uit de lucht en het is koud. De jongens vermaken zich in het internet-café en met het poolbiljart in het hotel. In de loop van de ochtend bellen we met Karim, de chauffeur die onze fietsen komt brengen. Hij bijkt nog in Kampala te zijn. Hij heeft geen geld voor benzine, en is op zoek naar iemand die hem geld kan lenen. Zo gaat dat hier. Het duurt dus nog wel even. Ach ja, het is toch geen fietsweer vandaag.

Aan het einde van de middag arriveert Karim dan eindelijk met onze fietsen. Fijn! Ze hebben de reis perfect doorstaan, gelukkig. De dozen waar we de fietsen in hadden verpakt, gaan met Karim terug naar Kampala, zodat we ze op de terugreis opnieuw kunnen gebruiken. Ook geven we wat overtollige bagage mee, zoals boeken en onze brander. Je kunt hier overal voor zeer weinig geld een warme maaltijd krijgen; de brander gaan we vast niet gebruiken.

De avond gebruiken we om de fietsen weer rijklaar te maken en de tassen in te pakken. Morgen kunnen we dan eindelijk op de fiets. We hebben de afgelopen twee weken soms gedacht dat het er helemaal niet meer van zou komen. Maar jongens, wat hebben we er zin in!

Eindelijk op de fiets!

23 juli – van Fort Portal naar Hima (55km)

Om 9 uur fietsen we de stad uit. Richting het zuiden, over een prima en vrij rustige asfaltweg. En oh, wat een verschil met rondreizen in een auto! Veel dorpjes langs de route, veel bekijks, zwaaiende mensen, kinderen die met ons meerennen, leuke gesprekjes. Ja, hier zijn we voor gekomen. We fietsen door een groen landschap, veel bananenbomen weer. Bij een stalletje langs de weg kopen we een tros bananen. We rekenen nog geen 20 eurocent af. Binnen een minuut staan wel 50 mensen om ons heen. Gewoon, een beetje kijken. Onze fietsen aanraken. Kirrende geluidjes richting Daan. “Aah baby!” (hij is toch echt al negen jaar). Stoere jongetjes vragen: “Hey mzungu, how are you?”, maar begrijpen niets van onze antwoorden.

In de loop van de middag komen we aan in Hima. Een klein stadje rondom een grote betonfabriek. Hier komt de Hima-cement vandaan, waarvan we geregeld reclame zien. Zoals ook in de andere dorpjes waar we vandaag doorheen fietsten, zien we meerdere overnachtingsmogelijkheden. We nemen onze intrek in een guesthouse tegenover de fabriek. Prima plek. Geen plek waar veel mzungu”s komen; in de andere kamers bivakkeren Oegandezen. Vakantie? Of mensen die hier werken? In een klein restaurantje eten we een warme maaltijd. Geen menulijst hier, we krijgen gewoon wat bonen, rijst en matoke (gekookte banenen, het nationale voedsel). Stevige kost, we laten het ons goed smaken. Op tijd slapen zit er niet in. Zoals op de meeste plekken waar we inmiddels zijn geweest, is het erg lawaaierig. Oegandezen houden van harde muziek, heel harde muziek. Ook ”s nachts. Wij moeten daar nog wel wat aan wennen:-).

Buffels en leeuwen op de camping

24 juli – van Hima naar Queen Elisabeth NP (61km)

De kinderen die water halen bij de pomp naast het guesthouse, blijven dralen. Ze zien niet zo vaak mzungu”s – en al helemaal niet op de fiets. Als we onze lege waterflessen willen weggooien, laten ze weten dat ze die graag willen hebben. Natuurlijk! We fietsen verder zuidwaarts, over dezelfde mooie asfaltweg. De weg heeft een brede ‘vluchtstrook’ die we dankbaar gebruiken als er – gelukkig niet te veel – vrachtwagens langs denderen. Het wordt steeds vlakker. Rechts hebben we prachtig uitzicht op het Rwenzori-gebergte, links op de savanne. Veel kleine dorpjes en hutten langs de weg, dus weer volop aandacht. Genieten. En dan staan we op de evenaar. We hadden eigenlijk verwacht hier volop bedrijvigheid aan te treffen, maar nee. Het blijft Oeganda. Geen lunch dus, maar de laatste droge koekjes.

De laatste 20 km van vandaag fietsen we door Queen Elisabeth (QENP), het grootste nationaal park van het land. De temperatuur is inmiddels flink opgelopen en we hebben geen greintje schaduw. We zien kobs, buffels en olifanten – gelukkig op redelijk veilige afstand. We fietsen naar de Bush Lodge, net buiten het park. De accommodaties in QENP zelf liggen een eind van de verharde weg af – en we hebben van andere fietsers gehoord dat de buffels en olifanten wel erg dicht bij kwamen. De Bush Lodge is een ‘tented camp’ met luxe safari-tenten en zeer behulpzame medewerkers. Daar betaal je wel voor: we rekenen hier 20 (!) keer zoveel af als afgelopen nacht in Hima.

De rest van de middag lummelen we een beetje en regelen alvast een boottocht en gamedrive voor morgen. We genieten van de rust en het mooie uitzicht over het water. Vanavond een uitgebreid diner bij het kampvuur. Een gewapende bewaker brengt ons terug naar onze tent: er lopen wel eens buffels en leeuwen over het terrein…

Uitbuiken in het zonnetje

25 juli – Queen Elisabeth NP

Het QENP heeft één van de meest gevarieerde ecosystemen in Afrika. Je vindt er tropische regenwouden, savannes, moerassen, vulkanen en zoutvlakten. Vroeger kende het park een enorme rijkdom aan wild, maar veel dieren overleefden de oorlog met Tanzania (’78/’79) en latere onrusten niet. Inmiddels is het wildbestand weer flink aan het groeien. Er komen meer vogelsoorten voor dan in ieder ander nationaal park in Afrika. Volgers kenners is het mooiste van alle Oostafrikaanse savannereservaten.

Al om 6 uur staan we op. Voor een gamedrive in een wildpark is de vroege ochtend het meest geschikt. Moses haalt ons op voor een paar uurtjes wilde dieren kijken. We vinden het prachtig park, maar we zien wat minder dieren dan we hadden gehoopt. Of raken we stiekem gewoon een beetje verwend? In de middag gaan we opnieuw het park in, nu voor een boottocht over het Kazinga Channel. Erg mooi! Hoogtepunt is de leeuw die zich zojuist tegoed heeft gedaan aan een buffel en ontspannen in het zonnetje ligt uit te buiken.

Apen springen van boom naar boom

26 juli – Queen Elisabeth NP – Kalizu Forest (36km)

Een dagje ‘toeristisch’ is natuurlijk leuk, maar we zijn ook weer blij om op de fiets te zitten. We fietsen eerst door een nagenoeg vlak savannelandschap. Een olifant op de weg! De twee Oegandezen die vlak voor ons fietsen maken ons duidelijk dat we afstand moeten houden. Ja, dat hadden we zelf ook al bedacht. Voor olifanten en buffels hebben we – laten we zeggen – nogal respect. Maar we vinden dit wel kicken!

Daarna stijgen we, we maken zo’n 600 hoogtemeters. Best pittig, maar ook Daan komt meestal fietsend boven. We hebben de vlakten achter ons gelaten; hier weer veel bananen- en koffieplantages en bos. En kleine dorpjes, met de daarbij behorende aandacht. Wij vinden het leuk; Daan vindt de aandacht echter maar niets. Vooral als kinderen met ons meerennen, raakt hij wat geïrriteerd. Het is ook niet niets, zo’n andere wereld, en hij is natuurlijk ook nog maar negen jaar. Er is veel bedrijvigheid. Timmerwerkplaatsjes, fietsreparateurs, verkoopstalletjes met groente en fruit.

We kamperen bij een soort bezoekerscentrum. Met een latrine en een vat met regenwater. Geweldig stukje bos, met apen die van boom naar boom springen, super. En bavianen, de gelukkig niet al te brutaal zijn. Verderop in dit bosgebied leven chimpansees, maar die laten zich hier niet zien. Aan warme maaltijden doen ze niet, maar Deborah wil wel voor ons koken. Ah, ze doen dus toch aan maaltijden. We krijgen een flink bord matoke met bonenprut, lekker voedzaam. ‘

We zijn een bezienswaardigheid

27 juli – van Kalizu Forest naar Kitojo (42km)

Het is weer een heerlijke fietsdag. We rijden via een prima asfaltweg door een mooi heuvelachtig landschap, met grote theeplantages en de onvermijdelijke bananenbomen. Meestal fietsen Ruud en Bas voorop, en Daan en ik er een stukje achter. Als we door dorpjes fietsen, zien de mensen aanvankelijk vaak dus maar twee fietsers. Vanaf de achterhoede is het prachtig om te zien wat er gebeurt. Kinderen rennen de school uit, mensen zwaaien, stoppen met werken, maken foto’s met hun mobiele telefoon. En dan de verbazing – en soms de schrik – als er nog twee fietsers blijken te zijn. Een vrouw! Een kind! Leuke tafereeltjes dus.

We fietsen door twee wat grotere plaatsen: Ishaka en Bushenyi. Genoeg gelegenheid vandaag om wat inkopen te doen. Via een kleine afslag komen we in het dorpje Kitojo. We moeten nu een zandpad op, steil omhoog, met veel gaten. Dat is dus een stukje lopen. In Kitojo woont Bas Naterop (‘Kale Bas’), samen met zijn Oegandese vrouw en hun kinderen. We hebben van te voren al even gebeld en we zijn welkom om in hun tuin te kamperen. Wat een leuke plek!

Bas en Ruth zetten zich in voor veertig weeskinderen uit Kitojo. Ze betalen hun schoolgeld en zorgen iedere zondag voor een goede maaltijd. Ruth, die in Kitojo is opgegroeid, bouwt momenteel een farm, zodat ze structurele inkomsten kunnen genereren. Alles bij elkaar een flinke uitdaging, waarbij ze de nodige hindernissen tegenkomen. Bas is prettig gezelschap. Hij woont al jaren in Oeganda, heeft een camping bij Lake Bunyonyi gehad en start binnenkort een restaurantje in Kitojo. Top-adresje voor fietsers!

Mzungu, mzungu! (in koor)

28 juli – van Kitojo naar Lyantonde (40km fietsen + lift)

Voor vertrek plakken we een lekke band. En natuurlijk nemen we de lekke band van het fietsje van Jochem, de zoon van Bas, ook direct even mee. We fietsen Kitojo weer uit en vervolgen onze weg richting Mbarara. Eerst een heuvelachtige weg, langs dorpjes, theeplantages, papyrus en natuurlijk weer veel bananenbomen. Daarna wordt het wat vlakker en meer open.

Vandaag roepen de vele kinderen onderweg niet zomaar ‘mzungu mzungu!’. Nee, ze doen het met z’n allen, in koor. Erg grappig. Na een uitgebreide lunch met kip en banaan, arriveren we halverwege de middag in Mabarara. Een drukke stad. We hebben hier afgesproken met Richard, onze chauffeur van vorige week. Hij woont in de buurt, en zal ons met de auto naar Lyantonde brengen, 75 km verderop. De weg schijnt erg slecht/druk/gevaarlijk te zijn en ons is afgeraden dit stuk te fietsen. Dit is dus een prima oplossing.

Het is wat improviseren, maar uiteindelijk zitten alle fietsen op en aan de auto gebonden. Kom maar op met die slechte drukke en gevaarlijke weg. Toch…? Welnee, de weg blijkt net voorzien van prachtig nieuw asfalt. Druk is de weg ook al niet. En dankzij de brede vluchtstrook is het al helemaal niet gevaarlijk. Maar saai is de weg wel. Een eindeloze asfaltweg door een open landschap, en nauwelijks dorpjes onderweg. Die weg leggen we nu in ieder geval snel af. Eindbestemming voor vandaag is een wat sfeerloos motel bij Lyantonde.

Te laat voor het bootje

29 juli – dagje Lake Mburo NP

Aanvankelijk was ons plan om op de fiets een paar dagen Lake Mburo NP in te gaan, maar daar hebben we door het gedoe met de fietsen te weinig tijd voor. Vanuit het motel worden ritjes en boottochtjes door het park georganiseerd, dat is dus een goed alternatief. Aan het begin van de middag worden we met een auto opgehaald. Vanaf de gate is het ruim 15 km naar het meer (het Lake Mburo). Hoewel behoorlijk pittig, zou dit best te fietsen zijn. We zien impala’s, zebra’s en veel Ankole-runderen: koeien met enorme hoorns.

Gedoe bij het kantoortje. Onze ‘privé-boot’ is er niet/bestaat niet/is onbekend/is al weg. Nou ja, ze weten het niet en proberen het bij ons neer te leggen: “Jullie zijn te laat!”. Niet dus. Een al vol bootje wordt van het meer teruggehaald en daar kunnen we nog net bij. Een zwijgende gids. Een handjevol nijlpaarden en krokodillen. En na amper een uur zijn we al weer terug. Kortom: hier hadden we wel wat meer van verwacht. In een lekker rustig tempo rijden we terug, we stoppen vaak om foto’s te maken. Heel veel buffels op en langs het pad… nu zijn we toch blij dat we hier niet fietsen!

Genieten met een grote G

30 juli – van Lyantonde naar Ngoma (58km)

We zitten bijtijds op de fiets, voor – wat later zal blijken – de langste, zwaarste, mooiste én leukste fietsdag van deze reis. We hebben het asfalt achter ons gelaten en fietsen over onverharde weggetjes, met gaten en geulen van soms bijna een meter diep. Veel dorpjes, veel bedrijvigheid. Genieten met een grote G.

We merken dat we niet op onze kaart kunnen vertrouwen en geregeld de weg moeten vragen. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. “Is dat de weg naar x?” wordt steevast met “ja” beantwoord. Maar we leren snel. De beste manier blijkt om een weggetje aan te wijzen en te vragen waar die naar toe gaat. Als de kaart echt niet meer lijkt te kloppen, blijken we al bijna in Ngoma te zijn, ons einddoel voor vandaag. De laatste kilometers worden we vergezeld door een paar kinderen die ons de weg wel willen wijzen.

Ngoma is het geboortedorp van Sarah. Een paar jaar geleden heeft ze in haar ouderlijk huis een schooltje opgezet: de Jjaja Bbanga Primary School. Al snel was het gebouwtje veel te klein en bouwde ze – met dank aan diverse Nederlandse sponsors – een prachtige school net buiten het dorp. Het ouderlijk huis doet nu dienst als ‘guesthouse’ en hier zullen we twee nachten slapen. Veel kindertjes uit het dorp komen een kijkje nemen bij onze fietsen. Sarah komt pas laat aan, en tot die tijd zorgt een oom voor ons. Hij hangt een waterzak op zodat we kunnen douchen. En er wordt lekker voor ons gekookt: matoke met pindasaus. We hebben een gezellige avond!

Feest in het dorp

31 juli – Ngoma

Sarah leidt ons vanochtend rond door de school. Veel respect voor alles wat ze hier heeft opgebouwd! Een zware klus, die naast veel voldoening ook veel stress oplevert. En alsof dat nog niet genoeg is, is ze begonnen met de bouw van een kliniek. Hier kunnen de vrouwen uit het dorp straks ondermeer bevallen. Bij de school staan al jaren een paar onberijdbare fietsen, waaronder een tandem. We nemen ze mee terug naar het guesthouse en gaan een paar uurtjes sleutelen. Hierbij word ik (Sandra) hoofdschuddend gade geslagen door een aantal mannen: dat zijn ze niet gewend. Mijn uitleg dat ik de dochter van een fietsenmaker ben, verandert hier niets aan.

Vanmiddag is Sarah uitgenodigd voor een feest, en wij mogen mee. Sarah staat erop dat ik een van haar Oegandese feestjurken aan doe. Bas en Daan hebben geen zin, zij blijven liever ‘thuis’ om spelletjes te doen. Ze missen wel wat… want wat is het leuk! Het feest wordt gegeven door de ouders van een jongen die is afgestudeerd als leraar. En dat is in een plattelands dorpje als Ngoma heel bijzonder. Veel mooi aangeklede mensen, veel muziek, veel speeches. Hoewel we van de speeches niets begrijpen, horen we opvallend vaak ‘mzungu’. Volgens Sarah zijn mensen altijd blij met mzungu’s op een feest: ze zijn statusverhogend voor de organisator. Waarvan akte.

Een oude man. Witte jurk, grijs colbert. Boven een verweerd gezicht een wit-met-zwart-mutsje. Een grote grijns. Hij komt terug voor nóg een hand. En dan nog een keer. Via Sarah wordt duidelijk dat hij mij wel als derde vrouw wil hebben. Het zal wel door mijn jurk komen, ha ha. Ik bedank vriendelijk voor de eer.

We zien opvallend veel jonge meisjes met een baby aan de borst. Veertien jaar is hier een gebruikelijke leeftijd om te trouwen – veel meisjes worden uitgehuwelijkt, soms als tweede of derde vrouw – en een eerste kind te krijgen. Aan family planning wordt in Ngoma niet gedaan. Als het donker is, worden we mee naar binnen genomen. De vrouwen van de Jjaja Bbanga Women Group blijken hebben voor ons gekookt. Matoke, gegaard in bananenbladeren. Het is echt geweldig leuk om met de vrouwen te kletsen en te eten.

Het is al laat als we weer terug gaan, toch een beetje bezorgd over de jongens. We zijn wel erg lang weg geweest. Maar ze hebben zich uitstekend vermaakt. Ze hebben eindeloos potjes Uno gespeeld met iemand uit het dorp, en er is voor hen gekookt. Geen idee door wie, maar dat regelt zich blijkbaar gewoon hier. Het was een super dag!

Zang en dans op school

1 augustus – van Ngoma naar Kalisizo (15km)

Hoogste tijd om weer een stukje verder te fietsen. Nu Sarah eindelijk weer een berijdbare fiets heeft, wil ze graag een dagje met ons meefietsen. Er zijn momenteel nog twee andere Nederlanders in Ngoma, en zij besluiten ook mee te gaan. Gezellig. Maar eerst gaan we nog een keer naar de school, waar de kinderen vandaag ook zijn. Zoals het een Afrikaanse school betaamt, ontvangen de kinderen ons met zang en dans. Heel leuk. Bij de kliniek-in-aanbouw zijn vandaag bouwvakkers aan het werk. En dan stappen we op de fiets, samen met Anne, Arjan en Sarah. Snel gaat het niet, maar het is erg gezellig zo met z’n allen.  

Aan het begin van de middag komen we aan in Kaliziso, waar we bij een hotelletje uitgebreid lunchen. De anderen gaan weer terug naar Ngoma, en wij? De jongens willen graag in Kaliziso blijven, het hotel spreekt hen wel aan (“ze hebben hier stopcontacten!”). Ach ja, we hebben vakantie, dus waarom ook niet. Het is een leuk stadje, met een grote markt. We vermaken ons vanmiddag prima. 

Een paradijsje met muggen en ander ongedierte

2 augustus – van Kalisizo naar Lake Nabugabo (50km)

Door de heuvels fietsen we vandaag naar het Lake Nabugabo. Het landschap is afwisseld. Soms wat bos, soms dorpjes, maar ook velden met ananasplanten en natuurlijk de altijd aanwezige bananenbomen. Schooltjes lopen uit als we langs fietsen. Het blijft genieten. Langs de weg liggen koffiebonen, vis, casave en maiskolven te drogen in de zon.

We hebben gehoord dat Lake Nabugabo een paradijsje is, en daarom een toeristische trekpleister. Maar alles is relatief. Een mooie plek is het zeer zeker, maar druk allerminst. In ons ‘resort’ (zo heet het echt) aan het meer zijn we de enige gasten. Voor 3 euro nemen we een kamer. De jongens vermaken zich vooral bij het poolbiljart. Het is te koud om te zwemmen, bovendien twijfelen we aan de semi-geruststellende woorden van het personeel dat hier écht geen bilharzia voorkomt.

Als het donker wordt, komen de muggen en ander omgedierte massaal onze kamer bevolken. De muskietennetten zitten vol met gaten, dat is een tegenvaller. We schuiven de bedden daarom tegen elkaar aan, en zetten onze binnententen er bovenop. Buitengewoon effectief!

Schimmige kamertjes achter het café

3 augustus – van Lake Nabugabo naar Bugala Island (27 + 13km)

Vanochtend fietsen we naar het Victoriameer. Een mooie rustige, maar hobbelige en stoffige rit, door een moerasachtig gebied. Papyrus, riet, grasvlakten, soms wat koeien. We zien ooievaars en zelfs een paar kroonkraanvogels. Bij de ferryhaven is het een gezellige drukte. Gelukkig maar, want de boot heeft een paar uur vertraging. Terwijl wij kaartspelletjes doen, vermaken de andere wachtenden zich met ons Monopoly-spelregel-briefje. Het wordt doorgegeven en mensen proberen het hardop voor te lezen, dikke pret.

De overtocht naar Bugala Island – een van de Ssese eilanden – duurt een uurtje. Aan boord een paar auto’s en matatu’s en vooral veel mensen, kippen en bagage. Het is al einde middag als we aankomen. In het eerste dorpje zou een campsite moeten zijn. En ja, die is er. Tenminste.. er is een huisje met ‘lodge’ erop. En een grasveldje. Maar geen mensen. Wel héél erg veel muggen en ander ongedierte dat ons tegemoet springt. 30 kilometer verderop zijn in ieder geval verschillende accommodaties, maar die gaan we waarschijnlijk niet halen voor het donker. Op de bonnefooi dan maar verder.

Het is mooi fietsen. Flinke heuvelachtig, bosrijk, veel palmen. We vragen een paar keer naar een overnachtingsplek, maar worden steevast doorverwezen naar Kalangala. Gelukkig na 13 km toch raak! In een dorpje treffen we de ‘Latex Lodge’. Drie schimmige kamertjes achter het café annex kruidenier annex kapper, die waarschijnlijk meestal per uur worden verhuurd. De WC is een gat in de grond en er is een jerrycan water om ons te wassen. Ach, meer hebben we niet nodig. Veel muggen, alleen een 1-persoonsbed en geen muskietennet. We gaan dus weer ‘kamperen’ in onze binnententen.

De uitbater brengt ons naar een dame in het dorp voor een warme maaltijd. Op de stoep van haar huisje eten we maispap, matoke en vis. Mooi om te zien hoe ‘gewoon’ Bas en Daan dit ‘basic leven’ inmiddels vinden. Geen bestek? Dan eet je gewoon met je handen. Geen douche? Dan gooi je gewoon wat water over je heen. Wat minder goed went, is de herrie in de avonduren. De houten schuur naast onze kamers, blijkt de lokale bioscoop te zijn. Op plastic stoeltjes zitten mensen naar een fim op een TV te kijken. Maar wat een geluid komt uit dat ding! Oegandezen zijn echt dol op lawaai. 

Regen en mist op ons bounty-eiland

4 augustus – Bugala Island (21km)

Regen! En hard ook. We ontbijten met oliebollen op onze kamer. Om 10.30 uur toch maar op de fiets, want het lijkt voorlopig niet droog te worden. Dat is toch ook wat. Zijn we een keer op een paradijselijk tropisch bounty-eiland, fietsen we door de regen en de mist. Het is hier vast prachtig! We rijden door tropisch regenwoud, productiebos, akkers en grasland. Veel huizen zijn gemaakt van houten planken. We overnachten in een huisje aan het water, met dit mooie uitzicht. In de loop van de dag klaart het wat op en krijgen we zelfs nog een voorzichtige zonnetje.

Eten bij kaarslicht

5 augustus – van Oversteek naar Entebbe, lift naar Kampala

De zon schijnt weer! Via het strand fietsen we naar de ferry. Voordat we de boot op mogen, moeten alle tassen open. Geen idee wat ze verwachten te vinden. De overtocht naar Entebbe duurt 3,5 uur. Het is een comfortabele boot, een prima tochtje dus. We hebben gisteren al even met Karim gebeld, de chauffeur van het ICU-guesthoude. Als we aankomen in Entebbe, staat hij ons al op te wachten. Fijn! Natuurlijk kunnen we de 50 kilometer ook naar Kampala fietsen, maar we hebben nog maar één dag in Oeganda… Daarom maar zo. We installeren ons weer in het ICU-guesthoude in Kampala. Wat is dit toch een prettige plek! Er wordt heerlijk voor ons gekookt en het is er gezellig. ’s Avonds lezen we bij kaarslicht, de stroom is weer uitgevallen.

De arme winkeldief (en gedoe op het vliegveld)

6 augustus – Kampala

Vanochtend pakken we de fietsen in de fietsdozen. Dat betekent: sturen overdwars, trappers eraf, karton om de derailleurs. Best weer een klus. Daarna nemen we de boda en gaan met z’n viertjes de stad in. De jongens vinden het geweldig om achterop de brommer door de verkeerschaos van Kampala te crossen. We willen wat souvenirs scoren, en komen terecht op een door vrouwen gerunde markt. Een heel prettige sfeer en veel leuke spulletjes. We slagen dus ruimschoots! Op de terugweg (weer achterop de boda) zijn we getuige van de jacht op een winkeldief. Hij wordt door zeker tien mannen achtervolgd, geslagen en zijn kleren worden uitgetrokken. Het gaat er nogal hardhandig aan toe, au.

Vanavond eten we voor de laatste keer een heerlijk Oegandees maal in het guesthouse. En dan zit het erop. We laden de fietsdozen weer op de auto van Karim, en vertrekken naar het vliegveld. Schreef ik dat het er nu op zit? Eh… nee dus. Vanaf de parkeerplaats moeten we eerst via een aantal steile trappen naar de vertrekhal. Met de flightbags met fietstassen. En de logge fietsdozen. Dan naar de security. Men wil onze fietsdozen door de scanner heen duwen, maar dat past niet. Ook niet als je nóg harder duwt. Koortsachtig overleg. De zorgvuldig dichtgeplakte dozen moeten weer open, ze willen met eigen ogen zien dat er fietsen in zitten. Zucht. En – stom van ons – we hebben de overbleven rol tape achtergelaten in het guesthouse. Een behulpzame luchthaven-meneer besluit de dozen weer dicht te plakken – waar we wel uiteindelijk wel 20 USDollar voor moeten betalen.

Bij het inchecken opnieuw koortsachtig overleg. De dozen moeten worden gewogen, maar passen niet op de weegschaal. In plaats van 80 euro per fiets moeten we overgewicht betalen. Nou ja, het komt ongeveer op hetzelfde bedrag uit, dus daar doen we niet moeilijk over. We krijgen een brief waarmee we bij een kantoor op een andere verdieping kunnen betalen. Daar moeten we eerst de dame-die-dienst-heeft wakker maken. Uiteindelijk komt het allemaal goed. De laatste loodjes, zullen we maar zeggen.

En weer zijn de fietsen kwijt 

7 augustus – terugreis

Om 2 uur vertrekt de vlucht. We verwachten eigenlijk dat het licht direct uitgaat, zodat we kunnen slapen, maar nee. Eerst krijgen we nog een warme hap geserveerd. Een kort nachtje dus. Rond 8.30 uur landen we Istanbul. We hebben zo’n zes uur overstaptijd – misschien even de stad in? We worden echter uit de rij geplukt. Over een uur is een extra vlucht naar Amsterdam, en wij mogen mee. Fijn! En zo arriveren we al aan het begin van de middag op Schiphol, een paar uur eerder dan gepland. En raad eens? De fietsen zijn er niet. Wederom blijven staan in Istanbul. Nu kunnen we er hartelijk om lachen. Eigenlijk wel handig zelfs: nu kunnen we zonder fietsen de trein in. En Schiphol brengt verloren bagage altijd netjes na. En dat gebeurt inderdaad de volgende dag al.

Het was een mooi avontuur!

0 commentaar
0

Gerelateerde Berichten