Te voet over de hoogvlakte van Kirgizië

door Ruud

De Russische historie in hoofdstad Bishkek, de nomadenfamilies met hun vee en joerts op de uitgestrekte ‘jailoos’, de overblijfselen van de Zijderoute, het imponerende berglandschap… In de zomer van 2014 waren we met ons gezin 3 weken in deze voormalige Sovjet-staat. We overnachtten er ondermeer in joerts en maakten een 9-daagse trekking van Son Kul naar Issyk Kul. 

In drie uur naar Moskou

27 juli – vertrek vanuit Nederland

Bij de ingang van vertrekhal 3 leggen we bloemen neer. Ruim een week geleden werd de MH17 onderweg van Amsterdam naar Kuala Lumpur boven Oekraïne neergeschoten. De bloemenzee op Schiphol… ja, die doet wat met je. Omschakelen, afstand nemen. Bagage afgeven. Onze reis naar Kirgizië gaat nu echt beginnen

De Russische luchtvaartmaatschappij Aeroflot was jarenlang berucht vanwege de slechte toestellen en het gebrek aan service. Daar is niets meer van te merken: we zijn positief verrast door de goede service onderweg: drankjes, een goede warme maaltijd en behulpzaam personeel.

Storm in Bishkek

28 juli – aankomst Bishkek

Een aantal uren later gaat de reis verder naar Bishkek, de hoofdstad van Kirgizië. Het laatste deel van de reis is nogal turbulent; Daan laat zijn ontbijt achter in een ‘air sickness bag’.

Bishkek dus. Vier uur tijdverschil met Nederland. En het waait. Beter gezegd: het stormt. Er trekt een heuse zandstorm over de stad. We worden opgehaald en naar ons hotelletje gebracht. Door het zand zien we voorlopig nog maar weinig van de omgeving. Hotel Umai is de thuisbasis van Ecotour; een lokale organisatie die ons vervoer regelt, een tolk, paarden tijdens de trekking etc.

Als de storm is gaan liggen, maken we een wandeling door de buurt. Umai ligt een kwartier lopen buiten het centrum van de stad. We maken kennis met de mensen van Ecotour en bespreken ons reisprogramma voor de komende weken. Vandaag ook onze eerste kennismaking met het Kirgizische eten; dat belooft wat goeds!

Het einde van de ramadan

29 juli – wandelen in Ala-Archa NP

Het einde van de ramadan wordt in Bishkek gevierd met een groots openlucht gebed in de binnenstad. Indrukwekkend! De schattingen lopen uiteen van 10 tot 100.000 gelovigen die hier komen bidden. Het zijn er in ieder geval heel veel. Hoewel Kirgizië overwegend islamitisch is, is het niet vergelijkbaar met landen als Irak. Hier geen gesluierde vrouwen, geen imposante moskeeën en geen sharia, maar een zeer ‘milde’ variant.

Vandaag gaan we naar Ala Archa, een National Park zo’n 40 km buiten Bishkek. Met de auto rijden we tot 2100 meter. Vanaf daar maken we een prachtige wandeling naar de waterval. Flink wat hoogtemeters, we gaan tot ruim 2800 meter. Het doet wat Oostenrijk-achtig aan. De boomgrens ligt wel een stuk hoger; zelfs op 2800 meter groeien hier nog struiken en boompjes. Ruud glijdt uit en haalt zijn elleboog flink open. Note to myself: altijd, ja altijd, de EHBO-set in dagrugzak stoppen. Vanavond maken met kennis met Elena: zij is onze gids/tolk de komende tijd. Morgen gaan we echt op pad.

Op pad met een oranje busje 

30 juli – van Bishkek – via Burana – naar Manjyly

Ooit liep hier de Zijderoute, een netwerk van karavaanroutes waarlangs handel werd gedreven tussen het oosten van Azië en het ‘westen’. De handelaren reisden te voet, met paarden of kamelen, koetsen of soms met olifanten. Wij niet. Ons vervoermiddel de komende week is een busje. Oranje. Heel erg oranje. Met Duitse reclame erop. Ermek, de chauffeur, spreekt geen woord Engels. Maar vrolijk is hij wel. Elena, onze tolk, beheerst het Engels en Duits goed en dat blijkt al snel bijzonder handig. De meeste mensen spreken alleen Kirgizisch (en soms Russisch) en het cyrillisch alfabet is best lastig. Buiten de stad ligt mooi strak asfalt. Vooralsnog is het hier vlak, er is veel landbouw en in de verte zien we de besneeuwde toppen van het Tiensjang-gebergte. Aan 5-, 6 en zelfs 7-duizenders geen gebrek in dit land.

De Burana toren was een van de herkenningspunten op de Zijderoute. Deze in de 11de eeuw gebouwde minaret maakte ooit deel uit van een moskee en lag bij de grote stad Balasagun. De moskee én de stad zijn inmiddels verdwenen. Door aardbevingen is de toren nog maar 24 meter hoog, i.p.v. de oorspronkelijke 48. Een boeiende plek, met (vermoedelijke) grafheuvels en grafmonumenten.

In de prachtige heuvels, vlakbij het reusachtige Issyk Kul meer, liggen de 18 heilige bronnen van Manjyly, Ben je onvruchtbaar, astmatisch, allergisch, reumatisch? Kom naar Manjyly! Het stilstaande en stinkende water zal je op zijn minst een flinke buikloop opleveren, maar daarna schijnt het helemaal goed te komen met je gezondheid.

In het yurt-kamp (hier in Manjyly feitelijk gewoon een camping voor toeristen) is ook een grote Kirgizische familie neergestreken voor hun jaarlijkse familiereünie. Gezelligheid alom. Man man man, wat kunnen die Kirgiezen eten, feesten en vooral… drinken. De wodka vloeit rijkelijk aan onze gezamenlijke tafel. Hoe mooi het hier ook is, een rustig en idyllisch plekje is het (nu even) niet.

Lada’s bepalen het straatbeeld

31 juli – van Manjyly naar Temir Kanat

Vanochtend brengen we door bij het Issyk Kul meer: het op een na grootse bergmeer ter wereld. Het ligt op 1600 meter en is ruim 180 bij 60 km groot. Vlakbij ons yurt-kamp is een strandje. Weinig toeristen hier (en al helemaal geen buitenlandse), wel veel afval. De mensen verbranden hier hun eigen afval, maar er blijft nog wel eens wat liggen, zullen we maar zeggen.

Na de lunch (die is hier altijd warm, en met veel thee, echt goed!) vervolgen we onze reis in het oranje busje. We rijden eerst weer in westelijke richting langs het meer. In een dorpje kopen we water en snoepjes. Elena moet er inkopen doen voor de bewoners van het volgende yurt-kamp, dus we hebben alle tijd om rond te kijken en de sfeer te proeven. En die is hier anders dan in Bishkek. De mensen gaan hier traditioneler gekleed en het straatbeeld wordt gedomineerd door Lada’s. We rijden vervolgens in zuidelijke richting, over een onverharde weg de bergen in. Wat is het hier prachtig!

Het laatste deel naar het yurt-kamp (dat op 2450 m ligt) is niet begaanbaar voor auto’s, dus dat lopen we. Er staan al twee mannen met paarden klaar om onze bagage mee te nemen, wat een service. Het kamp ligt schitterend, dit is wat we ons voorstelden bij Kirgizië! We worden direct uitgenodigd om soep te eten en en thee te drinken. Het kamp wordt door een lokale boerenfamilie gerund. Er is vee, er wordt yoghurt en boter gemaakt, vuur gemaakt en brood gebakken.

De familie heeft een geul gegraven (te zien op de foto hierboven) zodat het water uit de rivier langs de ‘keuken-yurt’ stroomt. Dus ja, er is hier stromend water en dat wordt gebruikt voor het koken en het wassen. Het ziet er wat viezig uit vanwege de kleigrond. En aangezien hier in de bergen veel vee rondloopt, zal er nog wel meer ‘bijzonders’ in zitten. De fietsers die we hier ontmoeten, hebben inmiddels allemaal buikloop – of gehad. Het is dus druk bij de WC – die gewoon, zoals overal hier, een gat in de grond is. Wij hebben gelukkig nergens last van.

Brood bakken in de wok

1 augustus – Temir Kanat

We maken kennis met het dagelijkse leven in een yurt-kamp. In deze vrijwel boomloze omgeving wordt vuur (zowel voor het fornuis in de yurt als buiten om brood te bakken) gemaakt met poep. Vooral gedroogde koeienmest is geschikt, maar ook paardenpoep blijkt prima te branden. Water wordt gekookt in een samovar (zie de linkerfoto hier boven). Dat is een ketel (met een kraantje eraan) met in het midden een ‘buis’ (met schoorsteen) waarin vuur wordt gemaakt. Thee wordt – zeer geconcentreerd – in een apart potje gemaakt. Je drinkt de thee in een kommetje. Hierin gaat een scheutje van het thee-concentraat en wordt aangelengd met heet water uit de samovar.

Brood wordt gebakken in een soort grote wok. De binnenkant wordt bekleed met een dikke laag deeg en daarna gaat de wok op het vuur. Na een kwartiertje wordt de wok ondersteboven op het vuur gezet voor een lekker bruine korstje. De familie melkt de koeien twee keer per dag met de hand en maakt van de rauwe melk boter en yoghurt. Soms wordt de melk geruild tegen paardenmelk, waarvan kymys wordt gemaakt (gefermenteerde paardenmelk). Vrijwel iedere toerist in Kirgizië vreest het moment dat hij wordt uitgenodigd om kymys te komen drinken…

We leren vandaag paardrijden. Kinderen kunnen hier eerder paardrijden dan lopen, dus we hebben nog wel wat achterstand in te halen. We hebben een nieuwe hobby! Echt leuk om te doen en veel makkelijker dan gedacht. Bas en Daan galopperen na een half uur al op hun gemak door de heuvels. Wat een fantastische dag hebben we hier!

Te gast op de jailoo

2 augustus – van Temir Kanat naar Son Kul

Met het oranje busje vervolgen we vandaag onze reis naar het bergmeer Son Kul. We lunchen onderweg in Kochkor: een levendig stadje waar opgepimpte Lada’s en marktkraampjes met reusachtige watermeloenen het straatbeeld bepalen. Daarna verder de bergen in. Een bobbelige dirt-road en veel haarspeldbochten door een indrukwekkend landschap. Via de Kalmak-Ashuu pas komen we halverwege de middag aan bij het imposante Son Kul meer.

Son Kul ligt op 3100 meter en is 19 bij 6 km groot. Op veel plekken in dit uitgestrekte gebied hebben nomadenfamilies hun yurt-kampjes opgebouwd. Een jailoo, wordt een gebied als dit genoemd. Een zomerweide, een plek waar nomaden neerstrijken met hun vee. Hier dus ook veel koeien, geiten, schapen en paarden. Wij zijn te gast bij een grote familie, met minstens drie generaties en heel wat kinderen. We krijgen onze eigen yurt, mét een houtkachel. Geen overbodige luxe hier, zodra de zon weg is, is het hier ijzig koud. De vrouwen van de familie maken een heerlijke maaltijd voor ons klaar, met vis uit het meer. Een geweldige plek

Geitenvlees aan de waslijn

3 augustus – Son Kul

We blijven vandaag hier en maken verder kennis met het leven op de jailoo. Het is erg fijn dat we onze tolk Elena hebben; dankzij haar kunnen we echt communiceren met de familie. Want ook al kennen we inmiddels een aardig rijtje Kirgizische woorden, een gesprek voeren is toch wat anders. Het water in het meer is zoutig en ongeschikt voor consumptie. Langs de oever zijn putten geslagen. Op de foto zie je dat de kinderen met een ezeltje op pad gaan om water te halen. Van de melk (van de koeien) wordt met een soort molentje botercrème gemaakt. Door aan de slinger te draaien splitst de melk in vet (de boter) en heel magere melk.

De yoghurt die we hier eten, wordt uiteraard ook zelf gemaakt. Een deel van de yoghurt wordt in een stoffen zak buiten aan een paal gehangen. Het vocht lekt eruit en er blijft een droge kruimelige (en stinkende) massa over. Hiervan maakt de familie de yoghurtballetjes die je hier in Kirgizië veel in marktkraampjes tegenkomt. Een deel van de boter wordt in schapenmagen bewaard voor de winter. Vlees (meestal geit of schaap, maar ook wel koe, yak of paard) wordt gedroogd aan een waslijn en bewaard in drooggkasten.

De WC is ook hier gewoon een gat in de grond, wel met een houten huisje eromheen. En we hebben zelfs een douche! De heer des huizes stookt de douche voor ons op. Omdat op deze hoogte geen hout is, doet hij dat met koeien- en paardenpoep. De vier merries van de familie worden vijf keer per dag gemolken, gewoon met de hand. En daar wordt dan weer kymys van gemaakt. We drinken er uit beleefdheid wat van, maar brrr… De Kirgiezen zelf vinden het heerlijk. Het vee loopt meestal vrij rond. De veulens staan overdag vastgebonden bij het kamp, zodat de merries in de buurt blijven en ze zich makkelijk laten terughalen voor het melken.

Het Son Kul gebied is in vieren gedeeld. In ‘ons’ deel mogen alleen mensen uit Kochkor hun kamp opslaan. In de zomer op de jailoo, in de winter in het dorp, zo werkt het nomadenleven hier inmiddels. Nomadenfamilies nemen vaak ook – tegen betaling – vee van andere dorpsbewoners mee naar de jailoo. Zo is er in de zomer in het dorp voldoende ruimte voor landbouw. Als de gewassen geoogst zijn en het vee goed doorvoed is, gaan de families weer terug naar hun dorp.

Ruig landschap met rotsen

4 augustus – trekking dag 1

Negen dagen – te voet – door het ruige Kirgizische landschap, met paarden voor de bagage. En dat avontuur begint vandaag. Vier paarden, twee paardenmannen (Berdish en Bakai) en onze tolk Elena vergezellen ons hierbij. Pfoe, er gaan veel spullen mee! Tenten, eten, drinkwater, gasfles, brander… en niet bepaald lichtgewicht. We hebben direct een lange wandeldag voor de boeg, zo’n 24 km. Eerst vrij vlak, daarna steeds meer hoogteverschil. Enorm veel edelweiss hier. Zoveel, dat we aanvankelijk niet eens in de gaten hebben. Het is open en weids, met zo nu en dan een yurt. We zien altijd wel kuddes paarden, koeien of schapen. Geregeld komt er iemand op een paard of ezel langs om een hand te schudden (alleen de mannen krijgen een hand) en een praatje te maken.

Zoals we alle dagen zullen doen, stoppen we rond het middaguur voor een uitgebreide lunch. Ook tijdens het wandelen is het eten goed en gevarieerd, daar zorgt Elena voor. Vis, brood, kaas en worst, warme noodles… helemaal prima. De bagage gaat tijdens de lange pauzes van de paarden af zodat ze op hun gemak kunnen grazen. In de middag wordt het landschap wat ruiger met veel rotsen. Prachtig!

Aan het einde van de middag zetten we onze tenten op, we zitten inmiddels op 3213 meter hoogte. Elena zorgt voor de maaltijd en wil nadrukkelijk geen hulp. Wij kunnen dus op ons gemak uitpuffen. En dat is wel nodig, want het was (vooral door de afstand) een zware dag. Twee kinderen van een yurt-kamp in de buurt komen op een ezeltje langs om en eten met ons mee. Het is ’s avonds al vroeg donker én erg koud, dus we liggen zeer bijtijds in de tent.

Daan is gepromoveerd tot paardenman

5 augustus – trekking dag 2

8 uur ontbijt, 9.15 uur vertrek. Dit zal ons ritme zijn de komende dagen. We starten de dag met hagel en natte sneeuw en ontbijten daarom in de tent. Tegen de tijd dat we vertrekken, is het gelukkig weer droog en dat blijft het de rest van de dag ook. We zien veel bloemen en vlinders, en heel veel wilde ui. En roofvogels, zoals de rode wouw en de Himalaya-gier.

Het is prima te doen vandaag. Daan is inmiddels gepromoveerd tot derde paardenman en legt een deel van de route op een paard af. Hij neemt zijn taak serieus. We kamperen in een prachtige vallei bij een riviertje, op een hoogte van 3260 m. Tussen de koeien, paarden en schapen lopen hier ook kamelen. Super dag weer!

De moderne zijderoute

6 augustus – trekking dag 3

Onze lege waterflessen laten we achter op onze kampplaats. Volgens de paardenmannen zullen de nomadenfamilies in de buurt ze hier vinden en meenemen om te gebruiken. Vanochtend staat de Dolonpas (3540 m) op het programma. We wandelen via de flank van een heuvel om daarna ruim 200 meter behoorlijk steil omhoog te gaan. Prachtig uitzicht vanaf de pas. Aan de andere kant van de berg dalen we ruim 600 meter af. Hier weer een heel ander landschap, met zo nu en dan een yurt-kamp. Bij Son Kul bestonden de kampen vaak uit drie tot vijf yurts; hier is het vaak maar één, met daarbij een (meestal roestige) trailer.

Het grindpad dat we vanaf onze lunchplek zien, blijkt de doorgaande weg naar China te zijn. Grote vrachtwagens trotseren deze bobbelige weg. De moderne zijderoute. Wij steken de weg over en wandelen de heuvel over. We zien bergmarmotten, molletjes en weer veel roofvogels.

We kamperen vlak bij een nomadenfamilie. Er is geen drinkwater, dus we mogen de bron bij de familie gebruiken. Vanavond weer een heerlijk voedzame maaltijd. Het zijn vrijwel altijd éénpans maaltijden met pasta, aardappel of rijst, groente en lekker gekruid. Prima wandel-voer én lekker: ‘daam-doe’ op z’n Kirgizisch.

Leren over de cultuur

7 augustus – trekking dag 4

Een warme dag. Het eerste deel wandelen we langs een rivier door een smal dal. Later wordt het weer weidser. We passeren een aantal boerderijtjes. Leeg, want de bewoners zijn nu elders op de jailoo en wonen hier alleen in de winter. In sommige bouwwerken zitten geen ramen, en de WC is ook hier een gat in de grond buiten. Veel comfortabeler dan een yurt of trailer is het dus niet. Een groot deel van de dag volgen we een dirt road, waarover ook wat auto’s rijden. Dat geeft toch een wat andere sfeer aan een wandeldag. We zien weer leuke vogels, zoals de tapuit en de hop.

Onze eerdere vakanties deden wij altijd op eigen gelegenheid. Deze vakantie is in dat opzicht dus anders. Ons programma is georganiseerd door Ecotour, we hebben permanent een tolk bij ons en tijdens de trekking ook nog eens twee paardenmannen. Eerlijk is eerlijk: dat is best even wennen. Maar toch bevalt het ons goed. We hebben het ontzettend getroffen met onze begeleiders, dat helpt natuurlijk. Het grootste voordeel is dat we veel van hen leren. Over het land, over de cultuur, de gewoonten, het geloof, de geschiedenis. Veel dingen ook die je in een reisgids niet leest. En dankzij onze tolk kunnen we communiceren met de mensen onderweg, en hoeven we ons niet te beperken tot algemene beleefdheden.

Naar school op de jailoo

8 augustus – trekking dag 5

Een meisje van een jaar of zes loopt op haar gemak naar de grote yurt, de plastic map houdt ze stevig onder haar arm. De knulletjes die we even later tegenkomen, hebben eenzelfde map bij zich. Ze blijken onderweg te zijn naar het schooltje. Want ook die is hier op de jailoo, gewoon in een yurt. Als we er langs lopen, worden we enthousiast nagezwaaid door de kinderen. Het dal wordt steeds smaller en we worden omringd door rotshellingen. Bij een riviertje pauzeren we voor de lunch. Weer een prachtige plek. Vijf stiertjes komen een kijkje nemen en snuffelen aan onze spullen. Totdat onze paarden er genoeg van krijgen en ze wegjagen.

Plots is het weer helemaal weids. Ideaal terrein voor roofvogels: we zien ondermeer Himalaya-gieren, prachtig. Rond 16 uur bereiken we onze kampeerplek: de weidse Solton Sary vallei, op ruim 2900 meter. Als we de paarden hebben afgeladen, komt een rammelende rode Lada aanrijden. Drie vrolijke – aangeschoten – mannen stappen uit. Er worden handen geschud, ze willen zoenen en vooral: samen drinken. Een fles wodka en een plastic bekertje gaat rond. Wat een gezelligheid. Maar al snel worden ze vervelend: ze zijn nu echt dronken. Als de fles leeg is, komen uit de Lada nog een paar flessen tevoorschijn. Gelukkig weet onze paardenman Bakai wel raad met wodka-drinkende-mannen, dus wij kunnen ons kamp opbouwen. Vanavond keiharde regen en wind.

Gezellige avond

9 augustus – trekking dag 6

We ontbijten met de overgebleven plof van gisteravond. Stevige hap, en dat kunnen we goed gebruiken: het is een stevige klim vanochtend met veel hoogtemeters. Maar wel erg mooi! Rond 11.30 uur staan we op de pas, op 3650 meter hoogte. Veel yaks hier; wat een bijzondere beesten. Het zijn geen wilde dieren, het is vee, maar niet bepaald ‘tam’. Ze blijven het hele jaar hoog in de bergen.

De jassen gaan aan: het wordt koud en guur. Ook de afdaling is steil en behoorlijk lastig, niet alleen voor ons, maar ook voor de paarden. Een paar dagen geleden schijnt een paard van een andere trekkinggroep hier te zijn uitgegleden en zwaar gewond geraakt. Na het steilste stuk vinden we een prima picknick-plekje en kunnen we uitpuffen. Lunchen betekent ook: Kirgizische woordjes en zinnetjes leren. En paardrijden; vooral Daan doet dat graag.

We komen weer in de buurt van de bewoonde wereld. Tijdens het laatste deel van de afdaling, worden we uitgenodigd om op het weiland bij een huis te kamperen. De tenten staan net op tijd: regen en onweer. Vanavond kunnen we binnen eten, samen met een aantal bewoners van het huis. Gezellig. De familie verblijft deze periode op de jailoo, maar een aantal van de mannen is een paar dagen terug om te hooien.

Op de paarden de rivier over

10 augustus – trekking dag 7

Strakblauwe lucht. prachtig weer! We nemen afscheid van onze nieuwe vrienden en vervolgen onze tocht. Met hulp van de paarden steken we een aantal rivieren over, daarna kunnen we weer gewoon lopen. We passeren een levendig dorpje. Er wordt gehooid, bakstenen liggen in de zon te drogen, kinderen halen water bij de pomp. Na het dorpje gaan we weer gestaag omhoog.

Vanmiddag lopen we weer door een mooi weids landschap. Zo nu en dan een yurt en er loopt wat vee rond. Soms is het flink rotsig en moeten wij (en de paarden) klauteren. Het is wisselvallig weer, we krijgen zelfs wat onweer. Gelukkig vinden we weer een prachtige kampeerplek. Een mooie maar heel koude avond. Mutsen op, handschoenen aan. Vorst!

Kampvuur op prachtige kampeerplek 

11 augustus – trekking dag 8

Ruim een week zijn we alweer onderweg. En wat een mooie tocht. Vandaag hebben we een lange dag voor de boeg. Pas nummer 3 (3600 meter) staat vanochtend op het programma. Dus: klimmen! Goed te doen, wel flink rotsig en vooral voor de paarden lastig. Prachtig uitzicht vanaf de pas. Na de pas steken we nog een flinke heuvel over. Veel bloemen en vlinders, mooi. En een wezeltje (of iets dergelijks) dat vrolijk rond rent en keurig voor ons poseert.

Toch weer een heel ander landschap vandaag. Geen yurts meer, geen vee, alleen yaks bij de pas. Rotsig, droog en heuvelachtig (hoewel dat eigenlijk geen juiste term is in zo’n hoog gebied). We krijgen een beetje wild west gevoel.

We dalen langzaam af en komen weer onder de 3000 meter. Het aantal struiken en boompjes neemt toe. Aan het einde van de middag komen we aan bij onze laatste – en mooiste – kampeerplek. Een snel stromend riviertje om ons in te wassen, heerlijke temperatuur én we vinden er brandhout voor een kampvuur. We zien de maan van achter de berg opkomen en een oneindige sterrenhemel. Een perfecte avond.

Eindelijk weer douchen

12 augustus – trekking dag 9

Tijdens het ontbijt zien we ijsvogeltje langs vliegen. Vandaag is onze laatste wandeldag. Tuura Suu, de eindbestemming van vandaag, is slechts twee uurtjes lopen. Het is vrij vlak, we dalen af tot zo’n 2500 meter. De omgeving van het dorp is drassig met veel insecten tot gevolg. We passeren een prachtige begraafplaats. Het yurt-kamp waar we overnachten, ligt een eindje buiten het dorp.

De lunch staat al voor ons klaar. Vers brood, verse yoghurt en lekkere soep. En er is hier zelfs een douche; dat is na 9 dagen wel weer erg fijn. Vanmiddag doen we lekker rustig aan. We wassen wat kleding, genieten van het zonnetje, en de jongens gaan weer paardrijden. Het yurt-kamp wordt gerund door Sarbagush, het voormalige schoolhoofd van het dorp. Een zeer muzikale man, die vanavond met zijn kleinkinderen voor ons optreedt in een van de yurts.

Traditionele paardrijwedstrijd

13 augustus – Tuura Suu

We nemen afscheid van onze twee paardenmannen: zij gaan terug naar het dorp waar zij wonen, zo’n 75 km verderop. En lange dag op het paard dus voor hen. Fijne kerels!

Vanochtend gaan we naar het dorp. Op de paarden, en Sarbagush gaat met ons mee. Er is vandaag een traditionele paardrijwedstrijd. Vier jonge knullen strijden tegen elkaar: op hun paard rijden ze vier grote ronden over het veld. De families van de jongens leggen elk 1000 com in. De winnaar krijgt 2000 com, de nummer 2 krijgt 1500, voor nummer 2 is er 500 en de verliezer… die krijgt niets. Voor Kirgizische begrippen gaat het om behoorlijk veel geld; de wedstrijd is dan ook erg belangrijk.

We nemen ook een kijkje bij de school, de bibliotheek en het voormalige schoolgebouw, dat nu dienst doet als woonruimte voor een aantal arme gezinnen. Ook doen we boodschappen bij een ‘huiskamer’ winkeltje, waar de eigenaresse met een telraam uitrekent hoeveel we moeten betalen.

Waar Lenin nog op zijn voetstuk staat

14 augustus – naar Bishkek

De hanen van het yurt-kamp beginnen al om 6 uur te kraaien en zijn niet meer te stoppen. Vroeg wakker dus vandaag. Na het ontbijt gaan we met een busje terug naar Bishkek. We rijden eerst off road naar het grindpad. Dit bompige pad volgen we zo’n 30 km… maar wat een uitzicht! Daarna is het nog een uur of twee over de verharde weg.

Als we Bishkek naderen, wordt het steeds donkerder. Regen? Nee, een zandstorm. We hebben nauwelijks zicht en de takken en parasols vliegen door de lucht. Gelukkig is het van korte duur en komen wij veilig in Umai hotel aan. De lunch staat al voor ons klaar. De afgelopen twee weken hadden we geen stroom en dus ook geen internet. Hebben we het gemist? Welnee, helemaal niet. Maar dat er in het hotel vandaag een stroomstoring is (en dus ook geen internet), dat is dan stiekem toch een tegenvaller. Gek, hoe dat werkt.

De stad in! Lekker met z’n viertjes; Elena is naar huis vertrokken om zich voor te bereiden op haar bruiloft volgende week. Bishkek is een boeiende stad met een fascinerende geschiedenis. Lenin staat er nog steeds op zijn voetstuk, maar sinds de onafhankelijkheid in 1991 niet meer op het centrale plein. Hij is gedegradeerd tot een klein plein achter het theater. In nogal wat reisverslagen hebben we gelezen dat Bishkek de moeite van het bezoeken niet waard zou zijn… wij hebben een andere mening. Wat een bijzondere stad.

Struinen over de Osh Bazar

15 augustus – dagje Bishkek

Bij een verblijf in Bishkek hoort een bezoek aan de grootste markt van de stad: de Osh Bazar. Hoewel het aan de andere kant van de stad ligt, gaan we er lopend naar toe. Een flinke wandeling, maar zo zien we veel van de stad. Heerlijk, zo’n dag rondstruinen door de stad en over de bazaar. Ondanks de drukte op de bazaar kun je heel relaxed rondlopen; er wordt nauwelijks aandacht aan de weinige toeristen besteed. Geen opdringerige verkopers.

We lunchen in een eenvoudig eethuisje op de markt. Op de gok bestellen we ons eten; de menukaart is (voor ons) onbegrijpelijk. Leuk, zo’n verrassingsmaaltijd, en nog lekker ook. We slenteren een aantal uren rond. Souvenirs zijn er niet te vinden; het aanbod is toch vooral op de lokale bevolking gericht. Geeft niets, we genieten volop.

Via het centrum van de stad wandelen we weer terug naar ons hotel. Het avondeten is weer heerlijk: we gaan het Kirgizische eten missen! Het is eenvoudig, maar voedzaam en altijd heerlijk gekruid.

Het zit er weer op

16 augustus – terugreis

De laatste dag alweer…. We slapen uit, pakken op ons gemak onze spullen in en maken nog een wandelingetje door de buurt. Na de lunch richting vliegveld, het gaat allemaal heel vlot. Gelukkig maar, want het inchecken verloopt vervolgens erg moeizaam en traag vanwege computerproblemen. Uiteindelijk vertrekken we keurig op tijd naar Moskou, waar we overstappen op de vlucht naar Amsterdam.

Toen we vanochtend vertrokken, zei een stemmetje in mijn hoofd ‘doe de huissleutels in je handbagage!’. Ik had echter niet naar het stemmetje geluisterd. En dat levert op Schiphol de nodige stress op. Want onze tassen…. die zijn in Bishkek of Moskou blijven staan. Mét de huissleutels erin. Stom stom stom. En het voelt behoorlijk ongemakkelijk om om 23.30 uur de 85-jarige buurvrouw uit bed te moeten bellen om iets af te spreken over de reservesleutel… Maar ze neemt gelukkig de telefoon op, en wij kunnen met een gerust hart naar Hoogland reizen. Eind goed, al goed.

Het was een bijzondere en heel geslaagde reis!

0 commentaar
0

Gerelateerde Berichten