Vietnam: land van hamer-en-sikkel

door Sandra
In de winter van 2019/2020 fietsten we met z’n tweeën 8 weken door Cambodja, Laos, Vietnam en China. Dit is deel 3 van het reisverslag: Vietnam. Wil je alles lezen? Begin dan bij deel 1 (Cambodja)

De jungle van Vietnam

9 januari – van Lak Sao (Laos) naar Pho Chau (Vietnam) (83km)

De nachtrust heeft mij (Sandra, ik lag sinds gisteren met buikloop in bed) goed gedaan, dus na een ontbijt met brood, yoghurt en gebakken ei, stappen we op de fiets. Een nieuwe gewaarwording: het is mistig en koud. Voor het eerst deze reis hebben we een fleecevest aan. Gelukkig van korte duur, want zoals je op de foto’s kunt zien, is de zon er snel weer. Onze laatste kilometers in Laos! De grens ligt hoog, dus eerst nog even wat klimmen. En dat is geen straf in deze mooie omgeving.

Op het hoogste punt, bij Cau Treo, steken we de grens over. De grensformaliteiten gaan soepel, na een minuut of 20 staan we in Vietnam. Ons 3e land alweer. Het voelt ook echt als een nieuw deel van de reis, als een nieuw avontuur. Met weer een andere taal, andere valuta (met 2 andere fietsers ruilen we onze laatste kippen tegen hun laatste dongen, handig) en vooral een andere cultuur.

Vanaf de grens hebben we een kilometerslange afdaling naar Pho Chau, onze overnachtingsplek. Een prachtige route door de jungle. Zo ver we kunnen kijken, is het groen. Bekijk de foto’s maar. In werkelijkheid is het nóg mooier.

In de dorpjes onderweg zien we direct verschillen met Laos. De welvaart ligt duidelijk op een hoger niveau, het is meer ontwikkeld. Er hangen veel Vietnamese vlaggen (rood met gele ster). Meer mensen kleden zich ‘westers’. Geen gewone koeien, maar buffels en ossen. Nóg meer brommers, waarvan een aanzienlijk deel elektrisch. Veel mannen in een donkergroen ‘arbeiderspak’ en een tropenhoed. En het is rumoeriger. Nog meer muziek, en harder, en in het stadje waar we overnachten klinkt overal geklop, gehamer, gezaag, getoeter, geblaf. We zijn benieuwd wat de komende weken ons gaan brengen!

De rode vlag net hamer-en-sikkel

10 januari – van Pho Chau naar Do Luong (92km)

Wat is het mooi fietsen hier! We rijden afwisselend over dijkjes door rijstvelden en door de met jungle begroeide bergen. Veel mensen zijn op het land aan het werk, vaak tot hun knieën (of verder) in de modder. Soms met blote benen, soms met lieslaarzen. Op de rijstvelden maken ze gebruik van waterbuffels. Zodra de mensen ons zien, blijven ze altijd even staan om te zwaaien en ‘hello, hello!’ te roepen. In de dorpjes is het levendig en kleurrijk. Opvallend veel reclameborden. Bij ieder dorp is een soort toegangspoort, vaak rood met geel, de nationale kleuren. Er zijn bloemen, vooral van plastic, te koop. Veel mensen hebben bij hun huis een kooitje met een vogeltje, vaak een roodoorbuulbuul (Red-whiskered bulbul). We zien prachtige begraafplaatsen. Het verkeer is duidelijk ‘pittiger’ dan in Laos en Cambodja. Mensen rijden harder en toeteren veelvuldig.

Lang Sen is het geboortedorp van Hồ Chí Minh, de voormalige president. Na zijn dood in 1969 is zijn heldenstatus verder toegenomen en dat zie je hier terug: het is een soort bedevaartsoord. Hồ Chí Minh was een communistische revolutionaire leider. Hij leidde de onafhankelijkheidsbeweging Vietminh en stichtte de communistische Democratische Republiek Vietnam (Noord-Vietnam) in 1945. Ook was hij een van de sleutelfiguren van de Vietcong in de Vietnamoorlog. Na de oorlog zijn Noord- en Zuid-Vietnam herenigd en is het land een socialistische volksrepubliek. De Communistische Partij van Vietnam is de enige politieke partij en heeft alle macht in handen. Op veel plekken wappert de rode vlag met hamer-en-sikkel.

De dame van het winkeltje pakt vertwijfeld een in plastic verpakte tandenborstel uit een doos. We schieten in de lach. Nee, we hoeven geen tandenborstel. We gebaren nogmaals dat we graag iets te eten willen. Bij het woord ‘noodles’ kijkt ze opgelucht, dat woord kent ze. De dochter wordt erbij gehaald, zij spreekt een paar woorden Engels. Noodles met ei, dat gaat onze lunch worden. Ondertussen mengt een dame in een groen tropenpak en een blauw mondkapje zich in de conversatie. Al snel gaat het, met hulp van de vertaal-app op de telefoon, over onze kinderen, over onze fietshelmen en over onze inmiddels bruine armen en benen. Hilariteit alom als we onze fietsbroek en mouwen iets optrekken en ze zien dat het daar wit is.

Ontbijten in Vietnam

11 januari – van Do Luong naar Hoa Hieu (63km)

Met haar telefoon probeert ze stiekem een foto van Ruud te maken. Ze schrikt en draait zich verlegen om als Ruud zijn telefoon ook omhoog houdt. Arme meid. Ruud loopt naar haar toe en biedt aan om samen op de foto te gaan. Dat laat ze zich geen twee keer zeggen, wat een pret! Ontbijten in Vietnam is niet bepaald saai. Iedereen in het restaurantje bemoeit zich met elkaar – en vooral met ons. Met wat we eten, wat we drinken en hoe we dat doen. En iedereen lijkt hier te willen weten hoe lang Ruud is, hoe oud we zijn en hoeveel kinderen we hebben.

Wederom een mooie en afwisselende fietsdag. Veel rijstvelden, mais, suikerriet, bananenbomen, kokospalmen en allerlei gewassen waarvan we niet precies weten wat het is. Noodles hangen te drogen langs de kant van de weg. Stalletjes met fruit, waar we weer een flinke tros bananen kopen. Prima fietsvoer! En dat hebben we hier wel nodig. We verbruiken natuurlijk veel energie, en daar valt bijna niet tegenaan te eten. Ruud eet wel flinke porties, maar ik (Sandra) heb moeite om genoeg binnen te krijgen. Door de warmte? Het is maar goed dat ik de afgelopen maanden dankzij de droppot-en-vrijdagmiddagborrels-op-kantoor wat reserves heb opgebouwd:-) Onze aanpak is nu om ieder half uur iets te eten: koekjes, een banaan, een zakje chips (overal te koop) of toch maar weer een portie mie-soep. We kunnen ook steeds vaker broodjes met vlees (bánh my pate) of met ei (bánh my trứng) kopen, dat is een welkome afwisseling.

Op veel plekken wordt gebouwd en aan de weg gewerkt. Dat gaat vaak met enorm veel stof gepaard. We rijden door een dorpje dat zelfs volledig wit is, het lijkt wel sneeuw!

We zijn al vroeg in Hoa Hieu, een levendig stadje met veel winkeltjes, restaurantjes en uiteraard veel, heel veel brommers. Een hippe koffietent met goede koffie en cappuccino. En een prima hotelletje met airco.

Het leven is goed.

Honden op de brommer

12 januari – van Hoa Hieu naar Yen Cat (57km)

We fietsen vandaag over de beroemde Ho Chi Minh weg, die ook wel Ho Chi Minh Highway wordt genoemd. Die toevoeging ‘highway’ baarde ons van te voren wel wat zorgen. Maar vooralsnog is het een prettige en zeker niet al te drukke weg. En vooral erg mooi. De Fransen legden in 1930 deze 1200 km lange weg aan, die het noorden en het zuiden van het land met elkaar verbindt.

Onze route leidt ons vandaag langs het Nationaal Park Ben En. Hier leven onder meer de Aziatische wilde hond en de Aziatische olifant. Het gebied wordt bewoond door etnische minderheden zoals de Muong, die zelfs een eigen taal hebben. Zelf zien we alleen maar gewone honden, kippen, eenden en buffels, dus die olifant houden we nog tegoed.

Een stuk of 5 zijn het er. Honden. In een kooitje achterop een brommer. En reken maar dat dat krap is, bewegen is er dan ook niet meer bij. We hebben dit treurige tafereel de afgelopen dagen al vaker gezien. Deze honden zijn niet met hun baasje onderweg naar het bos voor een fijne wandeling. Ze zijn onderweg naar de hondenslachterij. Of misschien wel rechtstreeks naar een restaurant waar de kok zelf het slagersmes ter hand neemt. In dit deel van het land geldt hondenvlees (thịt chó) als een delicatesse. Vaak wordt het geserveerd met een sterk sausje van gefermenteerde garnalen.

Het is de hele dag bewolkt, mistig en het wordt steeds kouder. Het is een beetje troosteloos. Weinig foto’s dan ook. Wat een contrast net de afgelopen weken! Op onze ook al wat troosteloze hotelkamer zetten we dan ook geen airco aan, maar kruipen we met een fleecevest aan onder een warme deken.

De Vietnamese pijp

13 januari – van Yen Cat naar Vinh Loc (73km)

Opperste concentratie. Hij drukt de tabak nog even goed aan. Dan brengt hij de bamboe pijp naar zijn mond en inhaleert diep. De pijp maakt een soort fluitend geluid. We zien zijn lijf reageren: zijn armen en benen schudden en zijn ogen lijken hol. Het duurt maar kort. Dan legt hij de pijp weg en gaat weer verder met zijn schijnbaar verhitte discussie met een groepje andere mannen. De Vietnamese pijp is overal aanwezig. In dit restaurantje, waar we ons ontbijtje eten, maar bij vrijwel eettentje ligt er wel één. We hebben ook al een buschauffeur pijp zien roken. Je kunt er stevig ‘phe’ (high) van worden, hebben we begrepen.

Wat is het hier toch leuk fietsen! Veel rijstvelden en een aaneenschakeling van dorpjes en stadjes, die toch allemaal weer anders zijn. Het is veel lintbebouwing, het leven vindt letterlijk op straat plaats. In sommige dorpjes zijn veel meubelmakers en houtbewerkers acties. Op andere plekken zijn vooral stalletjes met fruit en cassave of zien we vrouwen (voor ons onduidelijke) pakketjes met bananenbladeren maken. In een volgend dorp liggen veel eendenfokkerijen of zien we naaiateliers. Zijn er dan geen overeenkomsten tussen de dorpen? Jawel. Karaoke. Daar de Vietnamezen dol op en dat is dan ook bij bijna ieder restaurantje of barretje (en daar zijn er heel veel van). We kunnen regelmatig ‘meegenieten’.

Er lijkt geen plekje onbenut in dit gebied. Overal zijn akkers, moestuintjes, boomgaarden, huizen, winkeltjes. Er zijn dan ook heel veel Vietnamezen, bijna 100 miljoen. Qua inwoneraantal is Vietnam het 15e land ter wereld. De huizen zijn hier vaak heel smal en hoog, zeker in de stadjes valt dit op.

We overnachten in Vinh Loc. Een leuk plaatsje waar de voorbereidingen voor het Vietnamees nieuwsjaar (25 januari) in volle gang zijn. Feestverlichting wordt opgehangen en op veel plekken zijn glimmende cadeaupakketten te koop. We belanden in een Japans eettentje waar we heerlijke visfondue eten. Kost een ‘vermogen’: €15 voor ons samen, daar kunnen we hier normaal 3-5 keer van eten. Maar vooruit, het is vakantie:-).

De vrouwen van Vietnam

14 januari – van Vinh Loc naar Ninh Binh (68km)

De vrouwen zijn het meest zichtbaar. Dat was in Cambodja en Laos al, maar hier in Vietnam valt het nog meer op. Ze runnen de meeste winkeltjes en eettentjes. Ze doen het leeuwendeel van het werk in de rijstvelden. Ze rijden op brommers met grote balen suikerriet. En ook bij de werkzaamheden aan de wegen en gebouwen zien we opvallend veel vrouwen aan het werk. Ze zijn klein en tenger, maar ook dapper en stoer.

Wederom een prachtige fietsdag door dorpjes, rijstvelden en zo nu en dan wat oerwoud. Wat is het hier groen en vruchtbaar. Bijna de hele groente- en fruitafdeling van de Albert Heijn zien we hier groeien. Mandarijnen, sinaasappels, papaya’s, mango’s, ananas, kool, bloemkool, boontjes, broccoli, van alles. En dan te bedenken dat hier in 1985 een hongersnood was… Dat had onder meer te maken met een mislukte collectivisatie van de boerderijen. De communistische partij besloot uiteindelijk toch om economische hervormingen door te voeren, om het land te behouden voor verdere neergang. Er is veel veranderd sinds die tijd.

Vanaf een afstandje zien we hem al liggen: de Bai Dinh pagode. Bai Dinh ligt op een berghelling en is het grootste complex van Boeddhistische tempels in Vietnam. Het is een indrukwekkend complex, met meerdere tempels en pagodes en een aantal enorme boeddha’s. De tempels zijn verbonden met overdekte gallerijtrappen met honderden beelden van verlichte monniken. Prachtig.

We eindigen onze fietsdag in Ninh Binh, een mooi gelegen stad in het karstgebergte. Een populaire plek dan ook bij toeristen, dat is weer even wennen. Morgen gaan we de omgeving hier verder verkennen!

Peddelen met de voeten

15 januari – dagje Ninh Binh (23km)

Het Ninh Binh gebied staat bekend om de fantastische karstbergen en tempels. In de reisgids wordt ‘een fietstochtje door de rijstvelden’ als een van de highlights beschreven. Nou, die hebben we natuurlijk al ruimschoots in the pocket. Verder zijn hier grotten te bezoeken en is een boottocht een must. We doen dus een dagje ’toeristisch’.

We zijn zeker niet de enigen die vandaag kiezen voor een boottocht bij Tam Coc, ook wel het kleine Ha Long Bay genoemd. Toch valt het ons wel mee met de drukte. We hebben de afgelopen tijd al vaker gehoord dat er veel minder toeristen zijn dan voorgaande jaren. Tam Coc bestaat uit gigantische karstbergen te midden van rijstvelden, waar de Ngo Dong rivier doorheen slingert. De roeiers en roeisters peddelen hier meestal met hun voeten. Op een bord bij de ticket office staat overigens dat dit verboden is, het is ons onduidelijk waarom. Ook online hebben we er niets over kunnen vinden. We maken een boottocht van ongeveer 2 uur. Het is hier absoluut prachtig!

In de middag gaan we naar de Hang Mua Cave. De Cave (grot) zelf stelt niets voor, maar de klim de berg op wel. Via een groot aantal trappen komen we uit bij de Hang Mua tempel en hebben een fantastisch uitzicht over de omgeving.

Ondanks dat het wel meevalt met de drukte, is de omgeving wel erg toeristisch en commercieel. Al 700 meter voor de ticket office van Hang Mea staan mensen met fluitjes om ons te pushen onze fiets tegen betaling te parkeren. En dat gaat tot de ticket office door. Ook tijdens de boottocht doen mensen verwoede pogingen om ons spullen te verkopen. Logisch dat mensen een graantje willen meepikken, maar het is wel een contrast met de afgelopen weken.

Al met al een zeer geslaagde dag!

Eindelijk: vogels!

16 januari – van Ninh Binh naar Huong Son (75km)

In de 10e en 11e eeuw was Vietnam een keizerrijk. Hoa Lu, dat net buiten Ninh Binh ligt, was de hoofdstad. Een paar mooie toegangspoorten en tempels zijn er nog steeds. Erg fraai.

We vallen in herhaling: wat is het hier prachtig. Het is fantastisch om door het karstgebergte te fietsen, langs de rijstvelden en te genieten van het uitzicht. En voor het eerst deze reis zien we volop vogels. IJsvogels, ooievaars (Indische Gaper), lepelaars, ralreigers, grote en kleine zilverreigers. Mooi mooi mooi. We staan vandaag vaker naast de fiets dan dat we op de fiets zitten. Ruud sjouwt al weken ‘voor niets’ zijn telelens mee, hij kan zich nu eindelijk uitleven. En de zon schijnt ook weer (dat is sinds we in Vietnam zijn geen vanzelfsprekendheid), dat maakt alles nog mooier.

Al een paar dagen schrijven we in ons blog over rijstvelden. Dat is niet zo verwonderlijk: Vietnam is een van de grootste rijstproducenten ter wereld. Het grootste deel van de bevolking leeft van de landbouw en rijst is veruit het belangrijkste gewas. De bodem is vruchtbaar en er wordt dankbaar geprofiteerd van de vele regenval. Op de rijstplantages is een groot netwerk van dijken, dammen, kanalen en sloten voor irrigatie en overstromingsbeheer.

Tussen de rijstvelden en landerijen in, zien we veel grafmonumenten. En daar ben ik (Sandra) altijd door gefascineerd. Soms zijn het grote begraafplaatsen, maar ook vaak maar een paar graven bij elkaar. Soms groot, soms klein. Soms overdadig, soms basic. Hierover later meer!

Het verlaten haventje

17 januari

Lieverds zijn het. Het oudere echtpaar dat het guesthouse runt waar we 2 nachten verblijven. Zij bakt eieren en maakt Vietnamese koffie en sinaasappelsap voor ons ontbijt. Hij zit met eindeloos geduld met zijn kleinkinderen op schoot tot ze in slaap vallen. Op zowel de 1e als de 2e verdieping verhuren ze de kamer aan de voorkant van het pand, met uitzicht op het haventje. In de andere kamers wonen ze zelf, samen met hun getrouwde kinderen en een flink aantal kleinkinderen. Via de woonkamer (schoenen uit, slippers aan) kunnen we naar onze kamer. Ze spreken geen woord Engels, maar met handen, voeten en de vertaal-app komen we er meestal wel uit. We mogen kiezen wat we willen eten, ze hebben zelfs speciaal een Engels menulijstje gemaakt.

In het haventje liggen vele tientallen bootjes. Of zijn het er honderden? Met zo’n bootje kun je in een uur naar de Parfum Pagode, een groot Boeddhistisch tempelcomplex. Het haventje ziet er vandaag verlaten uit. Is dat vanwege de dichte mist? Is het inmiddels toeristisch laagseizoen? Of is het een echt slecht jaar? Na de hitte in Laos en Cambodja, zitten we nu in de winter van Noord-Vietnam. Ook wij hadden het plan om naar de tempels te gaan. Maar de mist en temperatuur, het is een graad of 17, nodigen niet bepaald uit om 2 keer een uur op een bootje te zitten. Dus we blijven in het guesthouse en ‘genieten’ al vanaf 10 uur van de karaoke bij de buren.

Go with the flow

18 januari – van Huong Song naar Hanoi (82km)

De dorpjes onderweg zijn het leukste, zeker omdat er vandaag veel marktjes blijken te zijn. Ondanks het miezerige weer, is het er een drukte van belang. De grote aanwezige vandaag is vlees. In alle verschijningsvormen. Grote stukken vlees liggen op tafeltjes of kartonnen dozen. Kooien met levende kippen en eenden, soms naast een houtskool gestookte grill. Verser kun je het niet krijgen. Teilen met levende vissen, kreeften en garnalen. Een half varken achter op een brommer. De hondenslachterijen maken de meeste indruk. We schreven al eerder dat hondenvlees in Vietnam een delicatesse is. Voor iedereen die dacht dat dit een broodje aap (leuke woordspeling) was, bekijk vooral de foto’s. Katten ondergaan trouwens eenzelfde lot.

Hanoi is de hoofdstad van Vietnam en heeft bijna 8 miljoen inwoners. En die 8 miljoen inwoners hebben een onvoorstelbare hoeveelheid brommers en auto’s. En wij fietsen vandaag door deze verkeersjungle. Wat een gekkenhuis. Toch is het ook leuk om door deze wereldstad te fietsen! Na een maand Azië, raken we niet meer snel onder de indruk van getoeter en chaos. We slalommen dus behendig tussen de auto’s door, ‘ritsen’ moeiteloos als 2 stromen brommers bij elkaar komen, nemen brutaal de ruimte in van een twijfelende brommer en pakken soms geraffineerd een stoepje mee. Go with the flow. We vinden dat het ons eigenlijk best goed afgaat. Tot we stil staan op een kruising, en het verkeer compleet vast staat. Niemand kan meer voor- of achteruit. Pas na een kwartier weet iemand een gaatje te vinden en komt er weer beweging in. Echt snel gaat het dus niet.

We hebben gisteren via booking.com al een hotelletje geboekt, in de oude wijk, op loopafstand van de belangrijkste highlights van de stad. Bij aankomst krijgen we een gratis upgrade: we verblijven de komende nachten in de ‘executive honeymoon suite’. Dat klinkt overigens chiquer dan het is, maar we hebben wel een riant ligbad. En een heerlijk zacht bed. Echt warm water. Genoeg waterdruk. WC-papier. Een waterkoker. Een dekbed met echte lakens. Een laundry-service. Een heus ontbijtbuffet. Kortom: alles wat we de afgelopen weken niet hadden – en overigens helemaal niet misten. Maar nu genieten we er volop van. Geen kakkerlakken en hagedissen op de kamer trouwens, ook best fijn.

Vanavond maken we verder kennis met deze bruisende stad. We kijken er naar uit om de stad de komende dagen verder te ontdekken!

‘English is fun!’

19 januari – dagje Hanoi

‘Can we practise English with you?’, vragen de 2 meisjes verlegen. Het is zondagochtend en de straten rondom het Hoan Kiem meer, waar ons hotel is, zijn afgesloten voor auto’s en brommers. Dit deel van de stad is in het weekend het domein van de voetganger. Kinderen leren rolschaatsen of rijden op speelgoedauto’s. Er zijn optredens van muziek- en dansgroepjes. Kunstenaars zitten te schilderen. En schoolkinderen lopen in groepjes rond en spreken buitenlanders aan. Zoals deze 2 schattige 7-jarige meisjes, geholpen door een paar oudere leerlingen. Op hun oranje t-shirts staat de naam van hun school met de toevoeging ‘English is fun!’. Natuurlijk mogen ze hun Engels met ons oefenen. We antwoorden behulpzaam dat we al 10 dagen in Vietnam zijn, dat de olifant ons lievelingsdier is en rood onze lievelingskleur. Het uur erna hebben we nog een paar van dit soort gesprekjes met schoolkinderen. Over het Vietnamese eten, wat we van Hanoi vinden en wat we gaan doen met Têt, het Vietnamees nieuwsjaar volgende week.

We struinen de hele dag door de stad. Hanoi is een stad van contrasten. Het leven vindt ook hier vooral op straat plaats. Vrouwen koken op een houtskool vuurtje op de stoep miesoep (pho). Overal spreiden mensen hun koopwaar uit of ze rijden rond met een fiets of brommer volgepakt met fruit, groente of huishoudelijke apparatuur. Maar er zijn ook luxe hotels, hippe koffietentjes en supermarkten met een uitgebreid aanbod. De stad is overvol, iedere vierkante meter lijkt benut. Zelfs de spoorlijn, waar 3 keer per dag een trein rijdt, wordt gebruikt. Zodra de trein langs komt, worden spullen aan de kant gezet en de was binnengehaald. In ’Train street’ liggen de vele cafeetjes direct naast de rails. Een leuke ervaring om de trein rakelings voor ons langs te zien rijden.

Vanavond traditioneel Vietnamees vertier: het Water Puppet Theater. Met muziek, zang en poppenspel in een soort zwembadje. Bijzonder, absoluut de moeite waard.

0 km gefietst.

Medailles, strepen en emblemen

20 januari – dagje Hanoi

‘De weg zelf is je bestemming.’
Een van de beroemde quotes van de Chinese filosoof Confucius (ca 500 v.Chr.). Confucius wordt gezien als ‘Wanshishibiao’, een voorbeeld voor alle leraren. Zijn leer, het confucianisme, heeft grote invloed op de cultuur van Oost-Aziatische landen. Een van de bekendste tempels in Hanoi, de Literatuurtempel (Văn Miếu), is opgericht om Confucius te eren. Onderwijs stond er centraal, en de tempel werd al snel omgedoopt tot de eerste universiteit van de stad. Mensen komen er nog steeds om Confucius en andere confucianistische geleerden te vereren en wierook te branden. Een prachtig complex.

De Vietnamese bevolking is een mix van aanhangers van het boeddhisme, confucianisme, traditionele lokale geloven en katholicisme. Dit overigens binnen de grenzen – en onder toezicht – van de communistische regering, die godsdienst afraadt. De religie in Vietnam is van oudsher beïnvloed door de Chinezen. Europese missionarissen brachten het katholicisme naar Vietnam. Die diversiteit zie je ook terug in de vele tempels en kerken van Hanoi. We nemen onder meer een kijkje bij de St. Joseph’s kathedraal.

Zijn witte pak met rode en gouden accenten is onberispelijk. Medailles, strepen en emblemen. Zijn wit met rode pet staat stevig op zijn hoofd. Pffrrrt! Hij blaast hard op zijn fluitje. Een wandelaar kwam óver de gele lijn, en dat is absoluut niet de bedoeling. We zijn bij het Mausoleum van Hồ Chí Minh. Een streng beveiligde plek in het centrum van de stad. Een plek ook waar Vietnamezen massaal naar toe komen. Op dit plein riep Hồ Chí Minh in 1945 de onafhankelijkheid van de Democratische Republiek van Vietnam uit. Het is een imposant plein en een al even imposant bouwwerk.

Na 2 dagen en vele kilometers slenteren door de stad, vinden we het wel mooi geweest. Morgen stappen we weer op de fiets!

0 km gefietst.

De jaarlijkse volksverhuizing

21 januari – van Hanoi naar Co Tiet (83km)

Het is mistig als we de stad uitfietsen. Sinds we uit Ninh Binh vertrokken, hebben we de zon niet meer gezien en is het een stuk minder warm. Natuurlijk wisten dat we niet 8 weken prachtig weer zouden hebben. Maar stiekem vinden we het toch wel jammer. De wereld om ons heen ziet er toch wat mooier uit als de zon schijnt. Sorry daarom voor de soms wat kleurloze foto’s!

We zijn niet de enigen die de stad verlaten. Opvallend veel brommers zijn volgepakt met reistassen en koffers. Het Vietnamees nieuwjaar (Tet) zorgt ieder jaar opnieuw voor een volksverhuizing. Veel mensen die in de steden werken, keren voor Tet terug naar het ouderlijk huis in de provincies. De voorbereidingen voor Tet zijn overal in volle gang. In de dorpen en zelfs op de akkers verschijnen steeds meer kleurige vlaggetjes en Chinese lampionnen. Vrijwel ieder winkeltje verkoopt kadopakketten, plastic spaarvarkens (kinderen krijgen rode envelopjes met ‘lucky money’), luxe dozen met koekjes en Heineken bier. De marktjes liggen inmiddels vol met verse bloemen. Mensen houden grote schoonmaak en we zien dat veel mensen nog even een muurtje of hekje schilderen. En zoals wij in december kritisch een kerstboom uitzoeken, kiezen ze hier met evenveel aandacht een mandarijnenboompje of een bloeiend perzikboompje. Die zijn werkelijk overal te koop.

De route voert ons langs akkers, over dijken, door dorpjes en stadjes. We zien regelmatig tempels en prachtige toegangspoorten. Opvallend veel afval langs de wegen, dat hebben we eigenlijk nog niet eerder zo extreem gezien. In het dorpje Co Tiet vinden we een eenvoudig hotelletje. Dat is weer even wennen na ons fijne hotel in Hanoi. Gelukkig zijn er warme dekbedden.

Afgelopen donderdag is Sandra’s tante Attie overleden. Ze heeft tot het laatst toe ons blog gevolgd en onze WhatsApp-berichtjes met foto’s bekeken. Vandaag volgen we via een livestream de uitvaart. Heel fijn dat we er zo toch bij kunnen zijn.

Veel rijkdom toegewenst

22 januari – van Co Tiet naar Yen Bai (81km)

“Zijn jullie Ruud en Sandra? Wij volgen jullie blog!”
We fietsen net Ha Hoa uit. Ha Hoa is een typisch plattelandsdorpje, midden tussen de akkers met mais, suikerriet, aardappel en venkel. Een dijk met daarop een – voor Vietnamese begrippen – rustige weg. Vanaf een afstandje zien we ze al aankomen: 2 fietsers. We zwaaien en stappen af, natuurlijk! Het zijn de Vlaamse Theo en Christine. Wij kennen ze niet, maar ze herkennen ons wel. Van dit blog. Wat een toevallige en leuke ontmoeting! Zij fietsen van Kunming naar Bangkok. Vijf minuten later opnieuw in de remmen voor weer 2 fietsers: Jan en Wim. Ook op de fiets onderweg naar Bangkok. Leuk om ervaringen en tips uit te wisselen.

Vandaag fietsen we opnieuw door een weids en open landschap langs de Rode Rivier. Met een beetje fantasie een Nederlands polderlandschap. Bij de vele steenfabriekjes staan de vers gebakken bakstenen hoog opgestapeld. Ze worden hier met de hand gemaakt: de klei gaat in vormen en daarna de speciale ovens in.

We zien vandaag weer ontzettend veel begraafplaatsen tussen de akkers. Vaak groot, met soms prachtige bouwwerken. Soms zijn het losse graven, of een paar bij elkaar. De gewassen groeien er gewoon om heen. Veel mensen laten zich begraven op een plek die tijdens hun leven belangrijk voor hun was, de akker waarop ze hebben gewerkt bijvoorbeeld. We hebben begrepen dat veel mensen 2 keer worden begraven: zo’n 5 jaar na de eerste begrafenis worden de restanten opnieuw begraven in een kleine stenen kist. Een van de begrafenistradities in Vietnam is het verbranden van namaakgeld. Dit staat symbool voor de rijkdom die je iemand toewenst, maar is ook om de overledenen in staat te stellen hun weg naar het hiernamaals te betalen. In Hanoi zagen we een vrouw een vuurtje maken met nepgeld, bijzonder om te zien.

Veel eetstalletjes blijken vandaag al gesloten vanwege het naderende Vietnamees nieuwjaar. Normaal kunnen we op ontzettend veel plekken onderweg een bahn my (warm broodje), pho (noodlesoep) of iets-anders-wat-de-pot-schaft krijgen, maar vandaag niet. De rolluiken zijn naar beneden, en als er wel mensen zijn, dan maken ze duidelijk dat er niet wordt gekookt. Uiteindelijk vinden we iemand die een lekker maaltje met instant noodles voor ons maakt. Daar kunnen we weer goed op fietsen.

Ook Yen Bai, de stad waar we overnachten, staat al volledig in het teken van Tet. Prachtige versieringen, lichtshows en een openlucht theater waar de laatste voorbereidingen voor een show bezig zijn.

De naakte vrouw in de douche

23 januari – van Yen Bai naar Pho Rang (95km)

Een grote pan met kokend water, met daarover een doek strak gespannen. In een teil zit een wit mengsel, dat eruit ziet als karnemelk. Het blijkt gefermenteerd rijstbeslag te zijn. Ze giet een heel dun laagje op het doek. Met een groot mes schraapt ze het vervolgens los en gooit het op een bord. Vanochtend maken we kennis met een nieuw Vietnamees gerecht: Bánh cuốn. Gestoomd rijstbeslag, geserveerd met een kommetje soep. Veel smaak zit er niet aan, maar het vult. Hier kunnen we wel een stukje op fietsen.

Wat een mooie etappe vandaag. Een kronkelende weg door het karstgebergte. Oerwoud (dat er een beetje mysterieus uitziet met de mist), veel rijstvelden en een eindeloze sliert van dorpjes. In dit gebied zijn veel houten woningen, soms op palen en met een dak van palmbladeren. En overal weer hetzelfde enthousiasme als we langs fietsen: zwaaien, roepen, lachen, foto’s maken. Het is echt een plezier om hier te fietsen. Veel klimmen en dalen. We zien een smyrna-ijsvogel, mooi. En in de middag laat de zon zich ook weer zien!

Bij de boomschilbedrijfjes zagen ze bomen (een snelgroeiende soort) in stukken van een meter. Met een machine schillen ze het hout in dunne plakken. En die plakken hout zetten en leggen ze vervolgens in de zon te drogen. Eindeloze rijen en stapels zien we vandaag. Deze plakken hout worden gebruikt om bijvoorbeeld triplex van te maken.

Bij het eerste hotelletje in Pho Rang zijn we niet welkom. Ook de dame van het volgende hotel kijkt bedenkelijk. Zo vlak voor Tet hebben ze blijkbaar geen zin meer in gasten. Maar voor 300.000 dong mogen we toch blijven. Dit is duidelijk te veel voor de nogal ranzige kamer, maar het moet maar. Inmiddels zitten we de hele avond te kijken naar de afbeelding van de naakte vrouw in de douche… Wat we daar nou van moeten vinden?

Noodles in een plastic zak

24 januari – van Pho Rang via Lao Cai naar Sapa (77km gefietst, 40km met taxibus)

Ja, hij kan wel lunch voor ons maken. Hij gebaart ons om te gaan zitten: een smerig tafeltje dat vol staat met lege kopjes. Uit een plastic zak haalt hij een hand gekookte noodles. Zo gaat dat in veel van de eettentjes onderweg: de noodles zitten in een plastic zak. Door die zak aan te wijzen, maken ze meestal duidelijk dat ze noodlesoep voor ons kunnen maken. Zo ook hier. Uit de vitrinekast pakt hij een stuk kippenvlees. Vermoedelijk ligt dat er al een tijdje: het is inmiddels bijna 12 uur en een graad of 25. Ernaast staat een grote pot met een cobra erin. Als hij even later 2 kommen met soep op tafel zet, haalt zijn vrouw nog ergens een bakje met rauwkost en stukjes limoen vandaan. Ook dat ligt er duidelijk al een tijdje. Hij brengt ons ook nog wat te drinken: iets limonade-achtigs in een zelf gevuld plastic flesje. De buitenkant en de dop zijn besmeurd met vleessap. We kijken elkaar bedenkelijk aan. Je moet sowieso geen smetvrees of zwakke maag hebben als je hier op fietsreis gaat, maar dit valt toch wel op. Als we vandaag ziek worden, dan ligt de oorzaak hier. Met toch iets minder plezier dan normaal slurpen we onze miesoep naar binnen. De limonade laten we maar staan.

Vandaag fietsen we via een prachtige route naar Lao Cai, bij de grens met China. Op de berghellingen zien we voor het eerst theeplantages. Steeds meer winkeltjes en eettentjes zijn gesloten, toch is er vandaag nog een flink aantal markten. We zien hier steeds vaker vrouwen in een opvallende bontgekleurde rok en een hoofddoek. Dit is traditionele kleding die vooral door de H’mong minderheid wordt gedragen.

Morgen is het Tet. Toen we een tijdje geleden beseften dat we met het Vietnamees nieuwjaar in Vietnam zouden zijn, was onze eerste reactie: tof! Toch werd ons al snel duidelijk dat dit niet persé de ideale tijd is om hier te fietsen. Tet wordt in familieverband gevierd en winkels en restaurantjes zijn gesloten. Soms 1 dag, soms wel een week. Idem voor de kleinere hotelletjes, die vaak bij mensen thuis zijn, en waar we als fietser vaak afhankelijk van zijn. Het beste lijkt te zijn om tijdens Tet op een toeristische plek te zijn, in een hotel inclusief restaurant. En we hebben besloten dat dat Sapa gaat worden. Een stadje in de bergen, vooral bekend vanwege de mooie rijstterrassen en de kleurrijke markt. De 40 kilometer (en 1300 hoogtemeters) vanaf Lao Cai doen we met een taxibusje. We hebben een bungalowtje gereserveerd buiten de stad, met uitzicht op de bergen. Een prachtige plek voor 2 rustdagen!

Lucky money

25 januari – dagje Sapa

Op de eerste dag van het nieuwe Vietnamese jaar worden we wakker met een prachtig uitzicht op de bergen en de rijstterrassen. Zelfs vanuit ons bed kunnen we van dit uitzicht genieten. Chúc mừng năm mới (gelukkig nieuwjaar)!

Tet (voluit: Tet Nguyen Dan) is de belangrijkste feestdag van het jaar. Het luidt het begin van het nieuwe jaar en de lente in en valt meestal eind januari of begin februari. De exacte data verschillen elk jaar omdat de Vietnamezen de maankalender volgen. Het hele land is in beweging. Veel mensen werken in de steden en keren terug naar het ouderlijk huis in de provincies. Bij het familiealtaar brengen ze offers aan de voorouders. Kinderen krijgen cadeautjes en nieuwe kleren en – na het doen van een wens aan de voorouders – rode envelopjes met ‘lucky money’. Ook staan traditionele gerechten op het menu. Zo krijgen we vandaag bij het ontbijt Bánh Chung. Dat is een soort cake van kleverige rijst, bonen en varkensvlees.

De weersverwachting voor vanmiddag is slecht, dus we gaan direct op pad voor een wandeling. Het is hier echt mooi. Indrukwekkende rijstterrassen, stukken jungle, watervalletjes en een mooi dorpje (Cat Cat). We lopen door naar het stadje Sapa zelf. Normaal is Sapa in het weekend ontzettend druk met toeristen, vandaag is het heerlijk rustig. Er zijn een paar restaurants en winkeltjes open, en op straat zit een handjevol vrouwen met zelfgemaakte verkoopwaar. Dat bevalt ons wel. Er lijken vooral Vietnamese families – in hun mooiste kleren – op pad te zijn.

Fansipan is de hoogste top van Indochina (Cambodja, Laos en Vietnam). Omdat de verwachte regen voorlopig uitblijft, besluiten we in Sapa om met de kabelbaan naar boven (3143 m) te gaan. Het is mistig (en ontzettend koud), maar het levert wel prachtige plaatjes op. We hebben een topdag!

Vriendelijkheid met een doel

26 januari – dagje Sapa

Niet alleen de prachtige omgeving, maar ook de vrouwen in hun traditionele kleurrijke kleding maken Sapa zo populair bij toeristen. Het zijn H’mong vrouwen, een etnische minderheid die vooral in de noordelijke bergprovincies van Vietnam woont. We hebben ze onderweg al vaker gezien. Een groot verschil is dat de vrouwen hier in Sapa weten dat ze een bezienswaardigheid zijn. Het contact met de mensen hier is daarom heel anders dan ‘onderweg’. Op vrijwel alle plekken waar we zijn, is een oprechte nieuwsgierigheid. Wederzijds. We hebben interesse in elkaar. Hier in Sapa heeft de vriendelijkheid tot doel om ons gekleurde doeken of geborduurde tasjes te verkopen. Ze zien ons niet als nieuwe vrienden, maar als klanten die geld opleveren. Hoe begrijpelijk ook, het is een van de redenen waarom we zo graag door niet-toeristische gebieden fietsen.

Het toerisme in Sapa is de afgelopen jaren geëxplodeerd. Overal waar je kijkt, zie je hotels in aanbouw. De stad dijt uit, ten koste van landbouwgrond en het leefgebied van de lokale bevolking. De kinderen, zeker uit de H’mong gemeenschap, gaan vaak niet naar school, maar in hun traditionele kleding de straat op. Dat levert geld op van de toeristen. Andere gezinnen willen juist niets meer met de toeristen te maken hebben en trekken hoger de bergen in.

Ons bungalowtje ligt een paar kilometer buiten Sapa. Van de drukte van de stad merken we hier vrijwel niets. Dit eco-hotel, bestaande uit 7 huisjes, is vorig jaar opgestart door een H’mong familie. Ze willen de toeristen een andere kant van Sapa laten zien. Daarnaast willen ze banen creëren voor H’Mong-jongeren en hen helpen bij hun loopbaanontwikkeling. H’mong jongeren uit de buurt krijgen er 3 keer per week gratis Engelse les. Een mooi initiatief, en een fijne plek om te zijn.

Vandaag hebben we een échte rustdag. Beetje lezen, fotograferen, genieten van het uitzicht en een stukje lopen. Niet te veel: spierpijn van de wandeling van gisteren!

0 km gefietst.

Met een mondkapje China is

27 januari – van Sapa naar Hekou (China) (38km)

De afdaling van Sapa naar Lao Cai (36 km, bijna 1500 meter dalen) is indrukwekkend met prachtige vergezichten over de rijstterrassen. Als je tenminste geen mist hebt… Met soms amper 50 meter zicht beginnen we dik ingepakt aan de afdaling. De weg is bochtig en soms slecht. En met de onvermijdelijke brommers, auto’s en bussen is het dus goed opletten. Halverwege verdwijnt de mist grotendeels en kunnen we toch nog wat zien van de omgeving.

Verkleumd komen we aan in Lao Cai. Hier ontmoeten we Jonas en Sina, twee Duitse fietsers die al een half jaar onderweg zijn (https://fahrradtournachsingapur.de ). Leuk, even samen lunchen. De meeste winkels en restaurantjes blijken nog steeds gesloten te zijn, maar we zien ergens mensen eten. Helaas, geen restaurantje, maar gewoon een familie-etentje. We worden direct uitgenodigd om aan te schuiven. We schudden handen, poseren voor de foto’s, drinken sterke drank uit een theepotje en eten tot er echt niets meer bij kan. Wat een gastvrijheid! En een ontzettend leuke afsluiting van bijna 3 weken Vietnam.

China… De afgelopen dagen hebben we van veel mensen berichtjes gekregen over het nieuwe coronavirus. Uiteraard volgen we het nieuws op de voet. Vooralsnog zijn de problemen (en de maatregelen) in Wuhan, en dat ligt hier zo’n 1300 km vandaan. Bij de douane lezen dat we het land alleen in mogen met een mondkapje, en we moeten onze handen desinfecteren. Naast alle gebruikelijke grensformaliteiten, moeten we een gezondheidsverklaring invullen (of we in Wuhan zijn geweest, koorts hebben of verkouden zijn) en onze temperatuur wordt opgemeten.

En dan staan we in China! Weer een nieuw land, een andere taal, ander eten, ander geld en een andere cultuur. We blijven vannacht in Hekou, de grensplaats. We hebben braaf onze mondkapjes op, net als vrijwel iedereen op straat. Echt opvallend is het overigens niet; we zijn er de afgelopen 6 weken aan gewend geraakt dat veel mensen mondkapjes dragen.

0 commentaar
0

Gerelateerde Berichten