Wildlife (en meer) in Tanzania

door Sandra

In de zomer van 2016 beklommen we met z’n vieren de Kilimanjaro in Tanzania. We sloten de de reis af met een weekje ‘safari’: een bezoek aan prachtige wildparken en leuke dorpjes in het noorden van het land. 

Grote verscheidenheid aan landschappen

11 augustus – Arusha National Park

We starten onze safari-week met een dagtocht naar Arusha National Park. Om 8.30 uur worden we opgehaald door Frances, onze chauffeur/gids voor de komende week. In 1,5 uur rijden we naar Arusha NP. De weg ernaar toe kennen we nu wel, het is deze vakantie inmiddels de zesde keer dat we hier rijden. Arusha NP een van Tanzania’s kleinste parken, met een grote verscheidenheid aan landschappen en natuur. Bij binnenkomst moeten we ons registreren, dat is vaste prik in de parken hier in Tanzania. Het dak van de auto gaat omhoog, zodat we een goed zicht hebben en te fotograferen. We zien al direct veel dieren, zoals wrattenzwijnen, zebra’s, giraffen, bavianen, waterbucks, bushbucks en buffels. En vogels, zoals de kaapse taling, jacana en ralreiger.

Slangen en nijlpaarden
We gaan eerst naar de Momela Lakes: zeven meren die van water worden voorzien door ondergrondse rivieren. Door de verschillende algengroei hebben ze elk hun eigen kleur. Op een ervan, Little Momela Lake, maken we een kanotocht. Met een gids peddelen we het hele meer rond, ondertussen speurend naar vogels, slangen en dieren. We zien onder meer twee rock-pytons en een groene bosslang. Het meest indrukwekkend is de kudde nijlpaarden die in dit meer leeft. We blijven op veilige afstand

Regenwoud
Daarna rijden we naar het grote meer, waar grote groepen flamingo’s en andere watervogels zijn. Prachtig! In de middag rijden we naar de rand van de Ngurdoto Krater. De krater is omgeven door tropisch regenwoud waar we apen zien, zoals zwart-witte colobus aap en de bleu monkey. Vanaf de kraterrand kunnen we de krater inkijken; op de bodem bevindt zich een moeras. Daarna rijden we weer richting de gate en vervolgens naar ons hotel in Arusha. Een mooi eerste safari-dagje! We eten in het hotel en pakken alle spullen in. Het is de laatste nacht in het hotel. Vanaf morgen gaan we echt op pad en gaan we weer kamperen.

Wilde dieren op afstand houden

12 augustus – Tarangire National Park

Frances haalt ons rond 8.30 uur op. De Land Cruiser is een maatje groter dan die van gisteren. Dat blijkt ook wel nodig. De auto ligt al vol met kampeerspullen en onze bagage past er nog net bij. Naast Frances worden we komende week vergezeld door Jacob, hij gaat voor de maaltijden zorgen. Vandaag rijden we in zuidwestelijke richting, naar Tarangire NP. Het landschap verandert snel: het is hier veel droger, vlakker en leger. Het land van de Masai. We zien veel Masai-herders lopen, met geiten, koeien of ezels. Soms in de traditionele rode kleding, soms modern gekleed. Ook veel Masai-dorpjes met ronde rieten hutten. Masai-mannen hebben vaak meerdere echtgenotes; iedere echtgenote heeft haar eigen hut, aldus onze gids.

Olifanten
Aan het einde van de ochtend arriveren we bij Tarangire NP. Hier staan zeker 30 safari-auto’s te wachten tot hun gidsen het papierwerk hebben geregeld. We zijn duidelijk niet de enigen hier. We rijden eerst naar de campsite om Jacob af te zetten en de spullen uit te laden. Het is een heel basic en kleine campsite – er lopen net vier olifanten op hooguit 50 meter afstand langs. Gaaf. We gaan met Frances een paar uurtjes toeren door het park. We zien onder meer veel olifanten, heel indrukwekkend. Zebra’s, giraffes, buffels, gnoes, impala’s, Grant’s gazelles, struisvogels, kroonkraanvogels en tientallen vogelsoorten. Reusachtige baobapbomen. Het is hier echt prachtig, we maken ontzettend veel foto’s.

Genieten
Als de zon ondergaat, rijden we terug naar de campsite. Jacob heeft voor een lekkere maaltijd gezorgd, die we buiten opeten. Wat is het genieten. Er lopen impala’s over de campsite en er slingeren apen door de bomen naast onze tentjes. In de verte horen we olifanten. De bewaker komt even kennis maken. Hij houdt vanacht met vuurtjes en zo nodig zijn geweer de wilde dieren op afstand.

Luipaard in (en uit) de boom

13 augustus – Tarangire National Park

Vandaag toeren we de hele dag door Tarangire. We nemen een lunchpakket mee, zodat we wat verder het park in kunnen. Het is een prachtige dag. Twee absolute hoogtepunten: de leeuwenfamilie die zich tegoed doet aan een gnoe en het luipaard dat uit de boom klimt en rustig langs de auto wandelt. We blijven fotograferen. Maar we zien nog veel meer dieren en vogels. De parmantige secretarisvogel, veel olifanten, buffels, gnoes, hyrax, grijze specht, Afrikaanse hop, hoornraaf, zadelbek ooievaar, bateleur etc. etc.

Andere wereld
Voor vanavond staat een night drive op het programma. Na het avondeten rijden we in 20 minuten naar de Tarangire Safari Lodge. Hier ontmoeten we Brandon, de zoon van de lodge-eigenaar. Hij is vanavond onze gids. In een open safari-auto rijden we twee uur rond door het inmiddels donkere park. Een totaal andere wereld dan overdag. Brandon wijst ons op de bushbaby, een soort aapje dat van tak naar tak springt, springhaas, Afrikaanse haas, genet, eland, mongoose, de bat-eared vos. En de leeuwenfamilie ligt nog steeds te peuzelen van de gnoe. Een mooie avond!

Kenmerkende zwavellucht 

14 augustus – Lake Manyara National Park

Tijdens ons ontbijt lopen impala’s, bavianen, mongoosen en vervet apen over de campsite. Een mooie afsluiting van ons verblijf in Tarangire NP. We pakken de spullen in en gaan weer op pad. Op naar het volgende park: Laka Manyara, op slechts een uurtje rijden hier vandaan. Weer veel Masai langs de weg. We rijden eerst naar de camping. Die is net buiten het park, in een levendig dorpje met de naam Mto wa Mbu. Dit betekent Muggenrivier… dat belooft wat. Het is een totaal andere camping dan de vorige. Aangelegde veldjes met kitscherige straatverlichting en een openlucht restaurant met nóg kitscheriger glimmende tafelkleden en stoelhoezen. Geef ons maar zo’n basic bushcamp zoals in Tarangire. Maar eerlijk is eerlijk: we zijn blij met de stopcontacten, de koude drankjes bij de bar en de warme douche.

Great Rift Valley
De rest van de dag brengen we door in het 390 km² grote Lake Manyara National Park. Het park ligt tussen de rotsformaties van de Great Rift Valley en Lake Manyara. Een groot deel is groen en bosrijk, bij het meer is ook open grasland en moeras. In het bos is het moeilijk om wild te spotten, we zien vooral bavianen, aapjes en een paar olifanten. Een giraffe staat op het punt te bevallen, maar maakt nog niet echt haast. Op de vlakten is meer te zien: nijlpaarden, buffels, waterbucks, impala’s, wrattenzwijnen, zebra’s, dikdiks, olifanten en giraffen.

Fascinerende natuur
De meeste dieren en vogels zien we in de omgeving van het enorme meer: het alkalische Lake Manyara. Het ziet hier roze van de vele flamingo’s. Zij worden aangetrokken door de algen in het water. Ook zien we hier lepelaars, diverse soorten ibissen, hamerkoppen, pelikanen, kroonkraanvogels, steltkluten, diverse soorten ooievaars, bijeneters etc. In het zuidelijke deel van het park zijn de heetwaterbronnen van Maji Moto. In dit thermische veld komt water van 60 graden Celsius uit de grond omhoog. De kenmerkende zwavellucht herkennen we van onze reis door IJsland van vorige zomer. Wat is de natuur toch fascinerend!

Leger, droger en kaler

15 augustus – Mto Wa Mbu en Lake Eyasi

Vanochtend maken we een fietstocht door Mto wa Mb en de bananenplantages. Een lokale gids gaat met ons mee. Veel mensen leven hier van de bananenteelt. De vele kleine lapjes grond met bananenbonen vormen samen een enorme plantage. Sommige families hebben hun huis tussen de bananenbomen gebouwd. Zeer basic: muren van takken en leem en een dak van bananenbladeren. Bij een aantal families maken we een praatje en mogen we binnen kijken. We krijgen uitgebreide uitleg over het telen van bananen en het leven op de plantage. Ook stoppen we bij een Makonde-werkplaats. De Makonde kwamen 50 jaar geleden als vluchteling van Mozambique naar Tanzania. Aam de rand van de plantage hebben ze een hout- en timmerwerkplaats en een winkeltje. Leuk om even rond te kijken. Daarna fietsen we door naar de lokale markt, waar we nog een tijdje rondslenteren. Leuk, deze fietstocht!

Ossenwagens
Aan het begin van de middag zijn we weer terug op de campsite, waar Jacob een warme lunch heeft bereid. Na de lunch pakken we alle spullen in en gaan op weg naar onze volgende bestemming: Lake Eyasi. We rijden langs Lake Manyara NP en hebben van bovenaf een prachtig uitzicht over het park en het meer. Na een uur verlaten we de asfaltweg en gaan verder over de dirtroad. Het landschap wordt steeds leger, droger en kaler. De weinige mensen wonen hier in eenvoudige hutten. Zo nu en dan passeren we een ezelkar of een ossenwagen.

Datoga, Hadzabe en Swahili
Op Eyasi Bush Camp, de eenvoudige campsite waar we zullen overnachten, maken we kennis met Giorgio. Hij neemt ons vandaag en morgen op sleeptouw. In dit gebied leven verschillende bevolkingsgroepen: de Datoga (waar hij zelf bij hoort) en de Shadzabe Bushmen, waar we morgen naar toe gaan. Vanmiddag bezoeken we de uien-velden van de Swahili. Uien? Ja, en dat blijkt buitengewoon interessant. Met een ingenieus irrigatiesysteem zorgen de boeren ervoor dat er steeds water op de akkers staat – in dit verder kurkdroge gebied. Bij het meer, het alkalische Lake Eyasi, genieten we van de zonsondergang. Met yellow billed storks, ibissen en flamingo’s, prachtig.

Op jacht met de Hadzabe 

16 augustus – Lake Eyasi

Al om 5 uur staan we op, we gaan vanochtend op jacht met de Hadzabe Bushmen! Na een snel ontbijt, gaan we met de auto op zoek naar hun kamp. De Hadzaba zijn nomaden, ze slaan geregeld op een nieuwe plek hun kamp op. Een aantal mannen zit rondom een vuurtje, er wordt direct plek voor ons gemaakt. Ze spreken alleen hun eigen kliktaal, dus we communiceren gaat met handen en voeten, en dankzij de vertalingen van Giorgio. Alle mannen roken, en hiervoor gebruiken ze alles wat maar voor handen is: bladeren, schors, papier, marihuana. Sommigen hoesten enorm en lijken stoned.

Vogeltjes op het vuur
Met drie Hadzabe gaan we de hele ochtend op jacht. Ze jagen hier op vogels, knaagdieren en soms op klein wild, zoals dikdiks. En dat gaat allemaal met pijl en boog. Al jagend leggen we heel wat kilometers af. Speuren, zoeken, richten, schieten en weer speuren. Onze eigen schietkunsten blijken niet zo goed, gelukkig hebben onze jachtvrienden iets meer succes: vijf vogeltjes. Ook verzamelen we vruchten van de baobabboom. Je kunt de vrucht openmaken door hem tegen een boom te slaan. Het vruchtvlees is wit en droog, maar smaakt lekker fris, een beetje citroentachtig. Voordat we terug zijn bij het kamp, maken onze jagers snel een vuurtje. Twee vogeltjes gaan op het vuur, met veren en al. Na een minuut pakken ze de vogels er met blote handen uit en trekken de veren, poten en snavel eraf. Daarna gaan ze opnieuw een paar minuten in het vuur. Met een mes snijden ze er een stukje vlees voor ons af, de rest kluiven ze er met hun tanden af.

Leven van de jacht
Bij het kamp ontmoeten we ook de vrouwen, die zich direct over de overgebleven vogeltjes en baobab-vruchten ontfermen. Ze laten ons het ‘kamp’ zien. Ze slapen hier gewoon buiten, met wat hout en bladeren hebben ze een soort kamers gefabriceerd. Vlees hangen ze te drogen aan houten rekken. In het natte seizoen bivakkeren ze in hutten of grotten. Ze leven van de jacht en het verzamelen van vruchten, en ruilhandel met bijvoorbeeld de Datoga. En inmiddels van toeristen zoals wij, die met hen mee op jacht willen.

Herders en smeden
Na ons jacht-avontuur gaan we naar de Datoga-tribe. De Datoga doen aan meervoudige huwelijken. Onze lokale gids Giorgio heeft pas één vrouw, vertelt hij. Om te trouwen heb je veel koeien of ander kapitaal nodig, en daarvoor is hij aan het sparen. Binnen de Datoga zijn twee groepen: de herders en de smeden. Wij gaan op bezoek bij nederzetting met een smederij. Een aantal vrouwen is binnen aan het koken. Het huis is gebouwd van modder en bestaat uit een slaapdeel, een leefdeel en een keuken. Het keukendeel heeft gaten in de muur zodat de rook van het open vuur weg kan. Als het te koud wordt, stoppen ze de gaten dicht met gras. In de openlucht-smederij is een aantal mannen aan het werk. Met eenvoudige middelen maken ze echt vakwerk, zoals pijlen voor de Hadzabe. Wat hebben we een ontzettend leuke dag!

Kamperen op de kraterrand
Aan het einde van de dag rijden we in circa twee uur naar ons laatste wildpark van deze reis: de beroemde Ngorogorokrater. De bavianen bij de gate zijn hondsbrutaal; ze roven bijna mijn net gekochte rol gemberkoekjes uit mijn handen. We rijden omhoog naar de kraterrand, vanwaar we een prachtig uitzicht over het park hebben. De camping maakt duidelijk dat we op een van de meest bezochte plekken van het land zijn, het lijkt wel een festivalterrein. Wel erg mooi hier, enorm groen, wat een contrast met Lake Eyasi. En koud. De donsjassen en handschoenen gaan aan en we gaan vroeg de slaapzak in.

De grootste vulkaankrater

17 augustus – Ngorongoro National Park

Na ons ontbijt dalen we 600 meter af, de krater in. Het is de grootste vulkaankrater ter wereld die niet onder water is gelopen. Het dal beslaat zo’n 260 vierkante kilometer. Dit grootste natuurlijke amfitheater ter wereld heeft een uniek ecosysteem Vanwege de beslotenheid van de krater en de continue aanwezigheid van voldoende voedsel, is er hier veel wildlife. En dat heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen. Soms zien we wel 30 auto’s bij elkaar staan, daar is blijkbaar iets bijzonders te zien.

Mooie spots
We zien veel gnoes, zebra’s, buffels, struisvogels, kroonkraanvogels, Thompson gazelles en Grant’s gazelles. Andere mooie ‘spots’: jakhals, spotted hyenas, kori-trappen, struisvogel met eieren, leeuwen, olifanten en hartebeesten. De gazelles zijn hier opvallend minder schuw dan in Tarangire. Bij het alkalische meer Lake Magadi zien we flamingo’s, ibissen, pelikanen, nijlpaarden, zilverreigers en de yellow billed stork. Het is hier abosluut prachtig. Maar wel druk en dat is toch jammer.

Gemberkoekjes
In de middag gaan we terug naar de camping. Jacob heeft de tenten al ingepakt, dus we kunnen inladen en vertrekken. We dalen aan de buitenkant van de krater weer af naar de gate, waar onze gids Frances de gebruikelijke papierwinkel regelt. Wij kopen nog een paar rollen gemberkoekjes, onze nieuwe favoriet. We verbergen ze onder een jas, zodat we niet opnieuw bavianen achter ons aan krijgen. In een half uurtje rijden we naar Karatu, een gezellig stadje. Hier zullen we onze laatste nacht in Tanzania doorbrengen, in een heerlijk hotel: Eileen’s Trees. Zwemmen, lekker eten, douchen, luieren…

Laatste blik op de Kilimanjaro

18 augustus – Karatu + terugreis 

Onze laatste dag alweer. Een beetje lummelen, lezen, van de zon genieten en we maken een wandelingetje door Karatu. Het blijft leuk, dit soort Afrikaanse stadjes. Rond 14 uur vertrekken we richting het vliegveld. Een mooie rit. Voorbij Arusha staat het verkeer behoorlijk vast, we doen er ruim vier uur over. Onderweg werpen we nog een laatste blik op de Kilimanjaro. Wat lijkt het alweer lang geleden dat we op de top stonden! Het inchecken gaat snel. We eten een laatste Tanzaniaanse maaltijd (patat met hamburgers…) en geven onze laatste shillingen uit aan chocola voor onderweg. Om 20.15 uur vertrekt onze rechtstreekse vlucht naar Amsterdam. Het zit erop. Het was weer een fantastische reis!

0 commentaar
0

Gerelateerde Berichten