• 155f5eb9-cbbe-476d-9162-504df1809919
  • 1c511062-6eae-42d9-e902-0ed493b5c086

Polen 2003 - Reisverslag

Donderdag 17 juli
Heenreis naar Slubice (5+5 km gefietst)

Rond 7 uur fietsen we richting station Amersfoort. Om op het perron te komen, moeten we met de lift. Met onze fietsen, aanhangfiets en fietskar hebben we drie ‘ritjes’ nodig. Omdat we de spullen én de kinderen niet alleen willen we laten, hebben we één onbemand ritje. Fiets in de lift, op de knop drukken en er zelf snel uit.

Zouden de treindeuren weer zo smal zijn als vorig jaar in de trein naar Denemarken? Voor de zekerheid halen we alvast de tassen van de fietsen af. De fietswagon stopt echter op de verkeerde plek. Nu is het toch nog rennen met losse tassen. In de trein is het vrij rustig. Er is ruimte voor twaalf fietsen, maar lang niet alle plaatsen zijn bezet.

Fietsen in de treinDaan slaapt

Ontspannen reis
Onderweg spelen we ontelbare spelletjes Yahtzee en kwartet met Bas. Daan houdt zich prima. Bas loopt en springt heen en weer door de trein en slaapt zelfs een uurtje op de bank. Na vijf en half uur zijn we op station Berlijn Ostbahnhof. We hebben alle tassen alweer op de fietsen gedaan en de wielen weer op de fietskar. Het uitstappen gaat dan ook vlug. De trein naar Frankfurt a/d Oder (Regional Zug) vertrekt twintig minuten later van hetzelfde perron, ideaal. Ook deze trein heeft brede deuren en is ‘gelijkvloers’ met het perron, we kunnen zo naar binnen rijden. Er is volop ruimte, ook voor de fietsen. Prima, die Duitse treinen! Een uur later, om 15 uur, komen we aan in Frankfurt. Het laatste obstakel is de trap. Een spoorwegmedewerker pakt zo mijn fiets (met bagage) op en loopt er mee naar beneden. Een wonder dat dat goed gaat!

Bedelende jongetjes
Het is een minuut of tien fietsen naar de brug over de Oder (Odra), de grens met Polen. Er staat een lange rij wachtende auto’s. Wij doen wat we andere fietsers zien doen: langs de rij fietsen en vooraan gaan staan. Ordinair voordringen dus, maar blijkbaar is het de gewoonte. Het scheelt ons in ieder geval een enorme wachttijd; binnen vijf minuten zijn we over de grens en fietsen Slubice in. Eerste indruk van de stad: een mistroostigee grensplaats. Bedelende jongetjes. Is het echt uit armoede of zijn het handige knulletjes die gemakkelijk wat bijverdienen?

Camping? Nie camping!
Dan op zoek naar een camping, die er volgens onze kaart moet zijn. We volgen de borden HOTEL-STADION, met daarop ondermeer een camping-logootje. Net buiten de stad vinden we het sportcomplex met hotel, maar is er geen camping te zien. De dame bij het hotel spreekt alleen Pools, maar is duidelijk: ‘Nie camping!’. Wel een paar toeristenhuisjes. Met het Poolse woordenboekje erbij spreek ik een man op een grasmaaier aan. Hij gebaart dat we onze tent wel kunnen opzetten. Ja ja. Na wat doorvragen wijst hij de directeur van het complex aan; hij geeft atletiektraining. Een van de atleten spreekt wat Engels en vertaalt. Eerst blijft het nie, maar even later is het toch ja. Maar dan op een hoger gelegen veldje, daar is het veiliger en is een bewaker. Ook mogen we het zwembad gebruiken. Betalen mogen we niet, we zijn zijn gast. Leuk!

Prima kampeerplekje. De WC’s zien er uit alsof ze een maand geleden voor het laatst zijn schoongemaakt. Douches zijn er niet, maar na even zwemmen voelen we ons al weer heel wat. Daan is aan het einde van zijn Latijn en slaapt ’s avonds snel. De directeur komt nog even langs en stelt ons voor aan de bewaker. De avond is kort; het is een stuk vroeger donker dan in Nederland.

De grens tussen Duitsland en PolenOp de camping

Vrijdag 18 juli 
Slubice - Osno Lubuskie (32 km)

In de motregen laden we de fietsen op. We moeten vandaag eerst terug naar het station in Frankfurt. We hebben daar gisteren het frame van de babyjogger (buggy) laten staan, dom dom! Zelfde weg terug dus. We letten daarbij niet goed op en rijden een éénrichtingsstraat in. Dat levert ons direct een enorme preek en een bijna-bekeuring van de politie op. Ze zijn hier streng! Het frame is gelukkig gevonden en kan weer achter op de kar worden vastgemaakt. Nu kunnen we echt op pad. De douaniers vragen zich verbaasd af waarom we nú alweer terug gaan naar Polen.

Breed fietsen
Een praatje makenMet prachtig weer volgen we de E29 en 137. Cunowice – Sulów – Kowolów – Serbów – Osno Lubuskie. Het landschap is glooiend. Eerst vrij kaal, veel braakliggende grond. Later vooral landbouwgebied en zo nu en dan bos. De akkers zijn enorm groot; hier zijn nog vooral staatsbedrijven. Het asfalt is redelijk goed en er is maar weinig verkeer. De automobilisten rijden hard, maar gedragen zich netjes, ze halen ruim in. We zijn natuurlijk ook breed met de fietstassen en fietskar en soms maken we ons wat extra breed. Dat dwingt auto’s om te wachten met inhalen tot een tegenligger voorbij is. Ze zijn trouwens geweldig, de kleine Fiatjes die we hier in overvloed zien, erg leuk. Daan slaapt lekker in de kar, Bas fietst flink mee op zijn aanhangfiets, het gaat hartstikke goed. Veel vogels in dit gebied, we zien ondermeer zwarte roodstaarten, raven en rode wouwen.

Bezienswaardigheid
In Nederland kijkt inmiddels niemand meer op van een fietskar en aanhangfiets, maar hier wel. Mensen blijven staan, wijzen ons na, lachen, zwaaien, roepen, applaudisseren. We voelen ons net de koninklijke familie, en lachen en zwaaien vriendelijk terug. Bas vraagt verbaasd of we al die mensen kennen, hij vindt het maar vreemd allemaal.

Zwarte roodstaart (foto IVN)Meer bij de camping

Dronken
In Osno Lubuskie vinden we een campinkje. Is dit nu ‘typisch Pools’? Een paar bouwvallige caravans, veel goedkope tentjes dichtbij elkaar en overal harde muziek en bbq. Ook hier zijn de WC’s en kranen kapot en vies. We kunnen er prima mee leven hoor, we stellen geen hoge eisen. We betalen 15 zlotty (ruim 3 euro) voor ons viertjes. In het meer is een soort zwembad gemaakt met steigers en lijnen. De waterdiepten staan keurig genoemd en er zijn de hele dag twee badmeesters die toezicht houdt. Waag het niet om buiten de lijnen te zwemmen! We laten Bas, die nog maar net zijn zwemdiploma’s heeft, hier met een gerust hart alleen zwemmen. Het zwembad en het campingterras trekken ook veel mensen uit het dorp aan. ’s Avonds laat rijden stomdronken jongens op een crossmotor rondjes over de camping.

Zaterdag 19 juli 
Osno Lubuskie - Pózrzadlo (60 km)

Om 6.30 uur gaan eindelijk de laatste radio’s uit; het was een rumoerige nacht. Maar daarna is het heerlijk wakker worden in het heldere meer. We pakken in en rijden om 10.30 uur weg. In Osno doen we boodschappen bij een ‘sklep’. In ieder dorpje of gehuchtje vind je wel zo’n kruidenierswinkeltje, vaak van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat open. Ons boekje ‘Wat en hoe in het Pools’ bewijst wederom zijn diensten, want aan Engels, Duits, Frans of Spaans hebben we hier niets. Maar dat heeft zo z’n charme!

BasSpelen bij een rijtje brievenbussen

Zweten op de heuvels
We proberen vandaag de witte wegen (‘overige verharde wegen’) op de kaart. Einddoel is Pózrzadlo. Klein stukje 134, daarna Grabno – Lubien – Brezno – Rychlik – Przeslice – Kownaty – Grabów – Walewice – Koryta – Drewce Kolonia. Nauwelijks verkeer. Het asfalt is meestal van goede kwaliteit, soms echter veel scheuren en gaten. Het landschap is afwisselend: bos, enorme graanvelden, open vlakten met veel bloemen etc. Wat een rust, wat een ruimte, wat een uitzichten! In de kleine dorpjes is het alsof de tijd heeft stil gestaan. De heuvels zijn nog flink werken, vooral met de fietskar achter de fiets. Bovendien is het wederom erg warm, de hittegolf in Europa is ook in Polen goed merkbaar.

Onderweg

Mul zand en zand en zand…
We moeten kiezen tussen een stukje over de rode weg (vergelijkbaar met een drukke provinciale weg in Nederland, in Polen mag je hier ook op fietsen) of een onverhard pad. We kiezen voor het laatste en dat blijkt een hele klus. Zes kilometer zand en stenen en hele stukken die niet fietsbaar zijn. En allemaal kleine paadjes die niet op onze kaart staan. Zoeken dus, soms gaan we fout en het is flink ploeteren door het mulle zand. Bas ziet het probleem niet; hij huppelt naast de fiets en duwt tegen de fietskar als we heuvelopwaarts gaan. Hij gaat vandaag een nieuw afstandsrecord halen, dat is wat telt!

Weer douchen
Bij Kosobutz komen we weer op de verharde weg. Toporów en dan Pózrzadlo. Het is al 18.30 uur als we de camping op fietsen. Ruim zestig kilometer hebben we in de benen. Camping De Kroon is een rustige camping met splinternieuw sanitair Daan slaapt in de buggyen een Nederlandse eigenaar. Op zich kunnen wij prima zonder luxe, maar het is erg fijn om na drie dagen weer eens te kunnen douchen. Tja, willen we eigenlijk wel tussen de andere Nederlanders kamperen? Een voordeel is in ieder geval dat we met andere Polen-gangers ervaringen kunnen uitwisselen. Bas vindt het hier gelijk geweldig; hij mag water in het in aanbouw zijnde zwembad laten lopen. Daan vermaakt zich lange tijd met de wasmachine. Beker, beer, ijsje, alles moet in de was, uit de was, in de was, uit de was…

Zondag 20 juli
Rustdag in Pózrzadlo (17 km)

Een hete dag, al voor zeven uur zweten we de tent uit. ’s Middags fietsen we naar Lagów; een levendig plaatsje, met markt, veel mensen, bekijks en aanspraak. Het strand vinden we er te druk, we fietsen net zo lang door tot we in het bos ook bij het water komen. Dan zwemmen we in het meer.

Op de camping zijn veel wespen. Als Bas wordt gestoken, schreeuwt hij moord en brand, maar uiteindelijk blijkt het wel mee te vallen. ’s Avonds zien we een groene sabelsprinkhaan, prachtig. Ook twee enorme wespen, we kunnen niet achterhalen welke soort dit is.

Een lekker ijsjeMiddagje bij het meer

Maandag 21 juli
Pózrzadlo - Glebokie (57 km)

Om 11 uur vertrekken we. De eerste paar kilometers fietsen we over de door ons gevreesde ‘rode weg’. De drukte valt erg mee, bovendien is er een soort vluchtstrook. Men gebruikt deze strook om naar rechts uit te wijken als men wordt ingehaald. Het schijnt niet te mogen, maar alle automobilisten doen het. Als fietspad werkt het prima. Bucze – Lubrza – Staropole – Zarzyn – Pieski – Templewo – Gorunskó– Bledzew. Het is wat vlakker dan gisteren en de akkerbouw is op veel plaatsen kleinschaliger. We hebben de indruk dat deze kleine akkers er minder goed bijliggen dan de ‘staatsakkers’ In de dorpjes is vaak geen asfalt, maar keien. Een ramp om over te fietsen, soms kunnen we er naast rijden. In sommige dorpjes wanen we ons in een compleet andere wereld. Het enige dat er is, is bijvoorbeeld een groot kalkoenbedrijf en een paar betonnen flatgebouwtjes. En natuurlijk de sklep. Boeiend! Veel dorpjes hebben een blusvijver, vaak vol met riet en lisdodde. De elektriciteitsmasten vallen ons ook steeds op; soms zijn de palen maar zo’n vier meter hoog.

Kalkoenen-fokkerijOoievaars op het nest

Jonge vogelaar
Vóór de vakantie ging de interesse van Bas vooral uit naar TV kijken en computerspelletjes. Inmiddels heeft hij zich inmiddels ontpopt tot een zeer gedreven vogelaar. Pokemon en Digimon zijn (voorlopig) over en uit. Hij houdt nauwgezet bij welke vogels we onderweg zien en bekijkt ze later nogmaals in ons vogelboek. Ook de raadseltjes die we onderweg veel doen, gaan voornamelijk over vogels en insecten. Daardoor heeft hij veel plezier in het fietsen en is erg allert op wat hij om zich heen ziet. Daan heeft het ook naar zijn zin, maar meestal met zijn ogen dicht. Slapend dus. Of hij kijkt wat rond met z’n duim in z’n mond.

Kerkje met houten torenOpenbaar toilet

Bosbessen
We willen vandaag in Bledzew overnachten. Volgens de kaart zijn daar drie campings. Hoe het ook zij, we missen ze. We besluiten om door te fietsen naar de volgende camping, aan een meer bij Glebokie, zo’n twaalf kilometer verderop. Zemsko – Popowo – Glebokie. Het blijkt geen camping te zijn, maar een soort huisjepark: Archimedus Tourist. Eenvoudige, oude houten huisjes. Kamperen is er geen enkel probleem, ook hier betalen we slechts 15 zlotty voor ons viertjes. Het sanitair is zoals we hier inmiddels zijn gewend. Weer een prachtig, glashelder meer met zwemgedeelte. Ik laat mij voor 8 zlotty door een handige dame een zak bosbessen aansmeren. Ze deed voorkomen alsof ze mij de bessen gaf, maar toen bleek toch dat ik ze had gekocht. Tja.

Dinsdag 22 juli
Glebokie - Wierzbno (30 km)

Bas en Daan spelen bij het houten huisje naast ons en worden door de Poolse gasten volgestopt met koekjes en chocola. Iedereen vindt het prachtig. Als we om 10.30 uur vertrekken, komen veel mensen hun huisje uitgerend om ons na te kijken. Er wordt zelfs geapplaudisseerd. De dames van de receptie vinden het ‘super super’. Veel verder gaat onze communicatie niet. We zijn hier bijna een week en we hebben nog maar één Pool ontmoet die wat Engels sprak. We vinden het erg leuk, om ons met het Poolse reiswoordenboekje verstaanbaar te maken.

BasDaan

Paddestoelen
Het eerste kilometers gaan vandaag over een heus fietspad, een zeldzaamheid hier. Zo nu en dan hebben we wat regendruppels, de jassen kunnen echter in de fietstas blijven. Onderweg zien we jongens die paddenstoelen verkopen. In dit gebied worden erg veel paddestoelen geplukt en gegeten. We zijn toch wat huiverig (zijn het echt de juiste?) en kopen niets.

Veel vogels
's Middags is het heet. Miedryzecz – Kalsko – Lubikówo, via kleine asfaltwegen. Het is vrij vlak en de dorpjes zien er wat anders uit dan dichter bij de grens. We zien er nu ook (meestal vervallen) fabriekjes of boerderijen. We blijven genieten van de rust, de ruimte, het glooiende landschap en de vele vogels in dit gebied. Ondermeer zien we erg veel roofvogels: rode en zwarte wouw, buizerd, kiekendief (we konden niet goed zien welke), steenarend, torenvalk. Jammer dat we alleen een klein verrekijkertje mee hebben.

DorpjeCamping Carpe Diem

Plezier
Het laatste stukje naar Wierzbno gaat over de grote weg. Behoorlijk drukke weg, we zijn blij dat de kinderen nog niet op een eigen fiets rijden. Wierzbno is een leuk dorpje. Natuurlijk een kerk, een grote kleurige begraafplaats (zoals je ze hier veel ziet) en huisjes aan zandweggetjes. Ook hier weer twee ‘skleps’, in hetzelfde gebouw nog wel, die dagelijks van 6 tot 19 uur open zijn. Bijzonder vriendelijk personeel, men heeft duidelijk plezier in onze pogingen om Pools te praten. De dagelijkse dingen zoals brood, melk, kaas, sap en ijs kunnen we al moeiteloos bestellen.

De camping (Carpe Diem) is schitterend gelegen een eindje buiten het dorp. We arriveren al vroeg in de middag, het is een kort dagje. De Nederlandse eigenaren ontvangen ons met koffie, natuurlijk. De zestien hectare grond bij de voormalige boerderij hoeven we met slechts een handjevol andere kampeerders te delen. Heerlijk rustig dus. Voor de kinderen is er een schommel en een hooischuur. ’s Middags wat regen. ’s Avonds enorm veel muggen, vroeg de tent in!

Woensdag 23 juli
Rustdag in Wierzbno

Kraanvogel (foto IVN)Om 7 uur gaan we op zoek naar de kraanvogels die zich ’s ochtends vroeg vaak vlak bij de camping ophouden. We zien en horen er één. Wat een indrukwekkende vogel, en wat een geluid!

Het is weer een hete dag. Vanochtend maken we een flinke wandeling door het bos en langs een aantal meren. Het is hier prachtig. Enorm veel verschillende vlinders en libellen. Bevers krijgen we niet te zien, maar wel een flink aantal bomen die door de bevers zijn omgeknaagd. Ook weer veel verschillende vogels en reeën. Vanmiddag wandelen we naar het dorpje. We doen in de sklep onze boodschappen en kopen ons zoveelste ijsje deze reis. Het blijft een leuke bezigheid: boodschappen doen in het Pools en maar weinig te hoeven betalen. We hebben een erg goedkope vakantie! We lopen een stukje over de begraafplaats. Bijzonder, met de grote hoeveelheden nepbloemen en kaarsjes.

’s Avonds zitten we binnen, we worden gek van de muggen. We besluiten om nog een extra dag hier te blijven, zo’n mooie plek als deze zullen we waarschijnlijk niet meer tegenkomen.

Vlinders op de foto
Twee middagen de camera (Canon Ixus v3) binnen handbereik leverde de onderstaande foto's van vlinders op.

Dagpauwoog (Inachis io)Landkaartje (Araschnia levana)

KoevlinderBruine vuurvlinder (Heodes tityrus)

Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia)Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia) 

Donderdag 23 juli
Rustdag in Wierzbno (25 km)

Ruud en Bas staan om 6 uur op om kraanvogels te kijken. Helaas niets gezien; wel twee reeën. Als we ontbijten, horen en we zien we alsnog een aantal.

Onze tentMooi en rustig

’s Middags fietsen we via het zandpad naar Miedzychod, een plaatsje met 17.000 inwoners. Onze eerste stop is bij een goed uitgeruste elektro/gereedschapzaak. We hebben problemen met de as (de snelsluiting) van een van de wielen van de babyjogger. Er is iets afgebroken en het wiel draait niet meer. Dankzij een combinatie van hints, pictionary en het woordenboekje, weet Ruud in een kwartier uit te leggen wat het probleem is.. De verkoper haalt geld uit zijn kassa, vraagt de schilder die buiten bezig is even op de zaak te letten en verdwijnt het centrum in. Na een kwartier is hij terug. Hij heeft ergens een metalen pin met schroefdraad laten maken. Probleem verholpen! Het kost ons 5 zlotty, net iets meer dan 1 euro.

Mooie auto

’s Avonds bestuderen we de kaart. Gaan we nog verder oostwaarts (naar bijvoorbeeld de Eceat-camping in Bolewice) of gaan we weer richting het westen, bijvoorbeeld langs de Warta. We komen er niet helemaal uit, morgenochtend maar beslissen.

Vrijdag 24 juli
Wierzbno - Bledzew (65 km)

Het is wat regenachtig. Niemand kan ons vertellen wat de vooruitzichten zijn. We besluiten daarom om in westelijke richting te gaan. Als we om 10.30 uur wegfietsen, kunnen we nog één keer genieten van de kraanvogels.

Draakje
We hoeven geen regenjassen aan, de kar moet wel zo nu en dan dicht, hoewel het daarvoor eigenlijk te warm is. Voordeel is dat Daan er geen spullen uit kan gooien. We zijn al twee tuitbekers kwijt; Daan’s sandalen hebben we nog kunnen terugvinden. Maken we iets met een touwtje vast, dan begint hij oneindig lang te gillen, ook niet echt een gezellige optie. Daan zit vast in de fietskar met een vijf-punts-gordel. Ons draakje weet zich inmiddels echter los te maken uit de schouderriempjes. Hierdoor kan hij iets voorover buigen en het uiteinde van het spatbord van mijn fiets vastpakken. Grote pret voor hem, maar wij vinden het wat riskant. We maken een extra borstriem en dat werkt gelukkig goed.

Daan slaaptWinkeltje onderweg

Warta
In Miedzychod steken we de rivier de Warta over en volgen deze westwaarts, over de rustige asfaltweg. Het landschap is weer anders; rechts het bos en links het rivierdal. Het is vrij vlak. Het dorpje Wiejce, waar we een boterhammetje eten, roept vragen op bij ons. Middenin het maar kleine dorpje is een enorm braakliggend terrein. Vlak ernaast ligt een splinternieuwe mega-parkeerplaats. Wat stond er, wat komt er? Het lijkt niet te kloppen in zo’n klein dorpje. ’s Middags wordt het ‘definitief’ droog en stijgt het kwik tot 35 graden. Tussen Krobielowko en Swinary fietsen we zo’n tien kilometer over keitjes. Een aanslag op je velgen. Daan vindt het maar niets, dat gehobbel. Veel ooievaars.

Weer geen camping
In Skwierzyna zoeken we langdurig naar een camping. We hebben een adres, en moeten daarvoor over de levensgevaarlijk snelweg nr. 24 fietsen. Na een kilometer besluiten we dat we onze levens niet op het spel willen zetten voor een camping, die overigens in geen velden of wegen is te bekennen. In Bledzew (waar we al eerder waren) moet er zeker één zijn, maar dat is ruim een uur verder fietsen. Zonder kleerscheuren overleven we de kilometer terug naar Skwierzyna. De kilometers naar Bledzew gaan snel. We laten het bos achter ons en hebben weer helemaal de ruimte.

Dorpje onderwegDe camping

Engels en Duits
Het venijn zit in de staart. Een bord vertelt ons dat de camping 2,7 kilometer buiten het dorp ligt. Het zandpad is absoluut langer, stijgt flink en is bovendien flink hobbelig. Omdat we geen borden meer zien, twijfelen we soms of we nog goed gaan. Uiteindelijk komen we uit bij een stuwdam, met wat vakantiewoningen en, jawel, een campinkje. Een van de beheerders spreekt Duits en we ontmoeten nog een Engels sprekende Poolse op de camping. Het kan dus toch. Ruud moet direct een spelletje poolbiljart spelen met de beheerder en ik word door een aantal Poolse vrouwen het hemd van het lijf gevraagd over de kinderen. We hebben een leuke avond!

Zaterdag 25 juli
Bledzew - Lubniewice (48 km)

Het inpakken gaat steeds sneller, al om 9 uur zijn we klaar. We nemen daarom nog een kijkje bij de bijna honderd jaar oude waterkrachtcentrale, die nog steeds in bedrijf is. Bij vertrek worden we gefotografeerd en gefilmd door andere gasten.

WaterkrachtcentraleWaterkrachtcentrale

IJsvogels
We fietsen via een onverhard pad richting Chychina. Een prachtige route door het bos, en zonder verkeer. Bij een meer stoppen we ruim een uur, gewoon om te genieten van de omgeving en de rust. En we zien ijsvogels! Bas ziet ze niet en is ontroostbaar. In Chychina begint het te regenen en lunchen we op het overdekte terras bij de sklep. We raken aan de praat met twee Poolse mannen die goed Engels spreken. We praten uitgebreid over de Europese Unie, euthanasie, de Nederlandse abortusboot die onlangs in Pools water lag en over dronken Polen (“Ja, dat klopt. Iedereen drinkt hier ’s middags bier, vroeger was het wodka”).

Toch niet wéér?!
Een Poolse toeriste biedt ons spontaan haar vakantiehuisje aan om even uit te rusten en te douchen. We hebben echter pas vijftien kilometer op de teller staan en slaan het aanbod af. Het bos uit, we fietsen nu weer langs uitgestrekte glooiende tarwe- en maïsvelden. Gorunsko - via oneindig lang keienpad naar Sokola Dabrowa - Lubniewice. Op een plattegrond in het dorp staat een camping, net buiten het centrum. We krijgen echter al snel de pé in. We zien niets; toch niet weer?! Tegen wil en dank volgen we toch een tijd de weg en zien kilometers verderop een bordje met Pod Baszta. Een hobbelig en heuvelachtig zandpad leidt ons weer een stuk richting het dorp. En dan zijn we bij een soort vakantiedorpje. Piepkleine vervallen witte houten huisjes in een naaldbos, zo heeft het communistisch regime destijds vakanties ‘bedacht’. Nog steeds eten alle gasten drie keer per dag gezamenlijk in een eetzaal.

Vriendelijk
De dame in het informatiehokje (ze zit daar de hele dag, geen idee wat ze doet) spreekt een beetje Duits. We mogen er kamperen, maar ze snapt ons verzoek niet zo goed. We merken steeds weer dat kamperen in dit gebied geen gebruikelijke bezigheid is. Het sanitair is wederom oud en slecht, dat lijkt de norm hier te zijn. Ach, wij vinden het prima.

Hutjes-park

Zondag 26 juli
Rustdag in Lubniewice

De ‘camping’ ligt aan het enorme meer van Lubniwiece, waar we kunnen zwemmen en kanoën. Een prima plekje voor een rustdag. Ruud en Bas gaan ’s ochtends met een kano op stap.

Kanoën op het meerMeer bij de camping

Onder de bomen is het heerlijk, in de zon is het al snel te heet. In dit bos zijn enorm veel spechten (vooral middelste bonte specht), ook zien we boomkruipers en boomklevers.

’s Middags wandelen we door het bos naar het dorp. Dankzij het meer is Lubniewice is een echt vakantieoord. Buitenlanders zien we niet, maar dat geldt voor deze hele regio. Bas zoekt afkoeling in de fontein. Wij genieten van een koud biertje op een terras. Aan het einde van de middag gaat het regenen.

Mooi kampeerplekje

Maandag 27 juli
Lubniewice - Garbicz (58 km)

Regen - ontbijt in de tentHet regent nog steeds. Bas speelt gewoon buiten; hij lijkt er niets van te merken. Daan houdt zich verbazingwekkend goed in de tent. Onder toeziend oog van de badmeester/kano-instructeur en de mensen in het houten huisje naast ons, pakken we snel de spullen in. De eerste vindt het wel stoer, de anderen vinden het duidelijk maar niets.

Het wordt weer droog
We nemen het zandpad naar het dorp en vanaf daar de asfaltweg naar Glisno, Wedrzyn en Sulecin. We zien jonge everzwijntjes de weg oversteken. Om even te ontsnappen aan de regen, zoeken we in Sulecin een restaurantje om te lunchen. We ontmoeten daar zo waar twee andere Nederlandse vakantiefietsers. Veel te lang blijven we kletsen. Maar als we eindelijk weer verder gaan, is het (na bijna 24 uur) wel droog. Drezno – Rychlik – zeer slecht asfalt tot Bobrowko – keitjes tot Bielice – Boczów. We blijven ze leuk vinden, die kleine dorpjes met hun zo kenmerkende sfeer. Eigenlijk zijn de meeste helemaal niet mooi, met hun ‘betonnen oostblok-bouw’, maar we fotograferen heel wat af.

Kampvuurplaatsjes
In Boczów willen we overnachten; volgens onze kaart zijn er twee campings. De eerste bestaat niet meer, de tweede, die aan het meer moet liggen, is absoluut onvindbaar. We zien wel weer veel kampvuurplekjes langs het water. Mogen we hier kamperen? En als het mag, willen we het? Nee, dat willen we niet. We vinden het geen prettig idee om met twee kleine kinderen ver van de bewoonde wereld te zitten, zonder kraanwater bovendien. En gezien de hoeveelheid glas en ander afval, worden er nog wel eens uitbundige feestjes gevierd. Nee, toch maar verder zoeken. In Garbicz, het volgende dorpje, spreken we mensen aan. Tweehonderd meter verderop moet een camping zijn! Toch doen we er bijna een half uur over om het goed verscholen ‘campinkje’ te vinden.

Gastvrij
Onze kampeerplaatsDe ‘camping’ is een veldje met een paar keurige vakantiewoningen. De beheerder is duidelijk: ‘nie camping!’. Het is echter al bijna 19 uur en we zijn het zat voor vandaag. Er komt iemand vertalen en dan wordt ons het ‘probleem’ duidelijk: hij kan ons geen wc en douche aanbieden. We leggen hem uit dat we wel een dagje zonder douche kunnen en dat het bos dienst kan doen als wc. Toch voelt hij zich bezwaard en maakt zich zorgen over de kids. Die moeten toch een warm bad hebben! Maar we mogen blijven, graag zelfs. Hij haalt zelfs ergens een babybadje vandaan en brengt ons emmers warm water. Wat een gastvrijheid (en we mogen niets betalen). Alle gasten zijn inmiddels komen kijken en luisteren. De mannen bekijken de fietsen, de vrouwen de kinderen. Bas speelt verstoppertje met een groepje Poolse kinderen. We hebben uiteindelijk toch weer een prima kampeerplek.

Dinsdag 28 juli
Garbicz - Osno Lubuskie (35 km)

Waar fietsen we naar toe? We kunnen in één dag naar Frankfurt fietsen, maar de trein vertrekt pas vrijdagochtend. We hebben echter geen zin in wéér een zoektocht naar een camping die niet blijkt te bestaan. We besluiten om naar Osno Lubuskie te fietsen, waar we ook de tweede nacht zijn geweest, en daar onze laatste rustdag te houden.

Vervallen fabriekKerkje met houten toren

Vogelrijk gebied
We rijden over een zeer rustig asfaltweggetje naar Boczów – Bielice – Lubów. De route is weer afwisselend. Glooiend, soms bos, soms open vlakten, soms oneindige graanvelden. We blijven ons verbazen over de grote hoeveelheid vogels in dit gebied. We zien ondermeer zwaluwen in alle soorten en maten, grauwe klauwieren, raven, wouwen en kiekendieven. Lubien – Grabno – Osno. Ook weer een rustige weg, alleen het laatste stuk (‘gele weg’) is wat drukker.

Prima schepijs
Al om 14.30 uur arriveren we op de camping. Het ziet er compleet anders uit dan vorige keer. Was het toen nog erg druk en lawaaierig, nu zijn we de enige kampeerders. Het sanitair is nog slechter geworden. Nu zijn echt álle kranen afgebroken en zit er nog maar een enkele WC-bril vast. Gesloopt door baldadige jeugd uit de omgeving? Maar het schepijs in de bar smaakt er nog steeds uitstekend. De rest van deze erg warme dag, brengen we door in het water en met een boekje in de schaduw. We eten patat met hamburgers op het terras. De spullen kunnen weer mooi drogen.

BegraafplaatsDe natte spullen drogen snel

Woensdag 29 juli
Rustdag in Osno Lubuskie

Vanchtend zijn we getuige van een typisch tafereel. Twee mensen zijn een half uur bezig met het aanvegen (ja, aanvegen) van het ongeveer honderd meter lange zandpad op de camping. De één veegt, de ander draagt de emmer, waar zo nu en dan een blaadje in wordt gegooid. Het gras, waar best veel troep ligt, slaan ze over. De erfenis van het communisme? Ze zijn ons de afgelopen weken al meer opgevallen: Polen die de hele dag bezig zijn met eigenlijk niets. Zitten en wachten. Bijvoorbeeld bij restaurants, in de skleps en de bloemenwinkeltjes bij de begraafplaatsen.

OsnoOsno

Middagje cultuur
Vanmiddag wandelen we naar het dorp. Osno is een aardig plaatsje, met een redelijk bewaard gebleven stadsmuur met torens uit de 14e en 15e eeuw. We bekijken ondermeer de 13e eeuwse gotische kerk, die vooral van binnen prachtig is met veel glas en lood ramen. Het neogotische stadhuis ondergaat een restauratie en ziet er zo zonder ramen een beetje troosteloos uit.

We hebben nog aardig wat zlotty’s over en eten daarom wederom op het terras. Nu bestellen we op de gok. De saljamka-zupa heeft wel wat weg van goulashsoep, met vooral veel vlees en augurk. De zapiekamska is een soort vegetarische broodpizza. Het smaakt allemaal prima.

Donderdag 30 juli
Osno Lubuskie - Frankfurt a/d Oder (48 km)

Het zand-aanveeg-tafereel herhaalt zich, boeiend.

Bas, Ruud en DaanOnze laatste dag in Polen, vanavond overnachten we in Duitsland. Via Serbów – Kowalów – Sulów – Kunowice naar Slubice. We hebben weer heel wat heuveltjes weg te trappen, maar het is prima te doen. Hoe dichter we bij Slubice we komen, hoe drukker het wordt en hoe harder en gevaarlijker de auto’s rijden. In Slubice weten we nu wel op het hoger gelegen fietspad te komen (dat lukte twee weken geleden niet), dat ons zowaar tot de brug met de grensovergang brengt. We doen nog even goedkoop inkopen bij de supermarkt en verdelen onze laatste zlotty’s onder de bedelaars bij de grens. Inmiddels regent het, de jassen moeten echt aan.

Verschil
In vijf minuten zijn we in Duitsland. Wat een contrast weer! De grote, moderne westerse stad Frankfurt lijkt in geen enkel opzicht op wat wij de afgelopen twee weken in Polen hebben gezien. De camping is twaalf kilometer ten zuiden van Frankfurt en er loopt een fietsroute langs. We zien ondermeer groene spechten, grauwe klauwieren en bonte kraaien.

De camping (aan de Helene-see) is enorm groot. De 15 euro die we hier betalen is wel wat anders dan de 15 zlotty in Polen… Maar de regen stopt en zo kunnen we onverwacht toch nog een middagje van het water en het strand genieten. 

Vrijdag 1 augustus
Terugreis (12+5 km gefietst)

Het inpakken gaat gesmeerd en om 8 uur fietsen we weg. Op het station in Frankfurt hebben we nog ruim tijd voor koffie. De trein stopt keurig met de fietswagon voor ons, we rijden ze naar binnen. In Berlijn hebben we anderhalf uur de tijd. Bas weigert echter het perron te verlaten, stel je voor dat we de trein missen!

In de treinBerlijn Bahnhof

De fietswagon stopt op een totaal verkeerde plek, het is dus toch nog hard werken om alles snel in de trein te krijgen. De airco in ons treinstel is defect, de ramen kunnen niet open en de temperatuur stijgt gestaag. Nu is vijfenhalf uur lang. We doen eigenlijk niets, zelfs om te lezen of een spelletje Yahtzee te doen is het te warm. Om 18 uur rijdt de trein Amersfoort binnen. De vakantie zit er op!

Over onze fietsreis in Polen 2003

Reisverslag

Kaart en route

Polen praktisch

Materiaal

Dutch Afrikaans English French German Russian Swahili
Naar boven